DE KLAS VAN TWAALF
„Ja, dat denk ik wel....”
Ze bleven nog even kijken naar de bezige man, totdat die verwonderd opkeek en aanstalten maakte om naar het raam te komen, en liepen dan weer verder. Let dacht aan Wim, die beloofd had vanmiddag vroeg thuis te komen. In Lea was het zwaar van allerlei gevoelens, die ze zelf geen naam zou hebben kunnen geven. Aan de straathoek keek Lea nog een laatste maal om naar het lege huis met de naakte ramen.
258