DE KLAS VAN TWAALF
gierig door horren en voor spionnen loerende ogen was het schamele boeltje weggedragen, voorlopig geborgen in het pakhuis van mijnheer Schaap. Alleen de bloementafel en de voetenbankjes, die Bart voor zijn moeder had gemaakt, moesten op het slaapkamertje staan dat hij voortaan met Daaf zou delen. Cor was al met Roosje, een jaar jonger dan zij, maar een bijdehandje, een strijd om het baasschap begonnen. Kleine Wiet zou nu voortaan, zuchtte oom Daaf, door vier inplaats van twee worden verwend.
Moeder was tevreden in het ziekenhuis. Nu ze eindelijk tot rust kwam, nu bleek pas recht, hoe ze al die jaren boven haar krachten had gewerkt. De reactie bleef niet uit, ze deed de eerste dagen bijna niets dan slapen. Elke dag na vieren kwam Let haar opzoeken en zat dan meestal maar stil met moeders hand in de hare en praatte een enkel woordje, over het aanstaand vertrek naar Zwitserland, over haar naderend examen.
Op school, in de klas vooral, hadden sommigen in het begin wel voortdurend naar haar gekeken, als zochten ze bijzondere dingen aan haar te ontdekken, de kentekenen van alles wat er in zo korte tijd met haar was gebeurd; maar daar zij nergens over sprak, hadden ze ook nergens naar durven vragen. Het kon haar natuurlijk niet ontgaan dat ze met een zeker ontzag werd behandeld; Leida Verkruysen begon al openlijk om haar heen te draaien! Met Lea en met Wim moest ze daar wel eens om lachen. Maar meestal dacht ze er niet eens aan. Tegen het einde van de maand begon moeder wat sterker te worden; ze sliep minder, de apathie verdween, en ze legde weer veel meer belangstelling voor haar kinderen aan de dag. Ze had zelfs naar Lea gevraagd, en zo was Lea dan ook die Woensdagmiddag met Let meegekomen. Het was luw, bijna zoel; er scheen een bleek zonnetje achter misten; het leek wel October, inplaats van tien dagen voor Sinterklaas.
,.Zullen we nog even door jullie straat langs jullie oude
256