DE KLAS VAN TWAALF
„Als je gaat kijken, weet je ’t het gauwst,” trachtte Leida te schertsen.
„Vader doet al open.... Misschien is het niets....”
Er kwam iemand in huis, maar niet verder dan de mat. Ze hoorden de buitendeur sluiten en even later kwam mijnheer Siegenbeek de kamer binnen. Hij zag doodsbleek. Zijn ogen zochten.... zochten.... en bleven eindelijk rusten op Let. Hij sprak geen woord, hij wenkte enkel even met het hoofd. En Let was al bij hem.
„Er is iemand voor je...."
246