DE STORM
Jeanne, die juist haar kopje naar haar lippen had gebracht, zette het weer neer, zo driftig, als had ze zich gebrand. Ze werd vuurrood, ze hakkelde:
„Noem jij dat maar enig. Ik zou je danken, hoor. Achter mijn moeders rug om met hem uitstapjes te gaan maken.” „Maar waarom wil zijn moeder het dan ook niet hebben?” „Stel je voor, zeg, een geboren freule!”
„O....” zei Door. Ze hoorde de laatste tijd veel spreken over „geboren freules”, maar ze wist eigenlijk niet precies, wat dat wel voor superieure wezens waren. Ze zou er nu toch Nel eens tekst en uitleg van vragen.
,,En dan zij.... uit zo’n boeltje....”
„Dat kan zij niet helpen.”
„En bovendien heeft zijn moeder een hartkwaal en kan ze helemaal niet tegen opwinding. En ze windt zich natuurlijk vreselijk op over dit hele geval, ze ergert zich dood.”
„Een hartkwaal!” herhaalde Door geschrokken. „Erg?” Jeanne kreeg een kleur.
„Och, dat weet ik natuurlijk zo precies niet. Een hartkwaal is altijd nogal erg, geloof ik.”
Ze keek terzijde naar Door, die peinzend over haar kopje in de ruimte staarde. Ze vond, wat ze had gezegd, niet helemaal in de haak. Want ze wist heel goed, dat de familie en de intieme vrienden allemaal een beetje lachten om die „hartkwaal” van mevrouw Wendelaar, waarmee ze haar gezin tyranniseerde, waarmee ze door dik en dun haar zin wist door te zetten. Ze had vroeger eens een poosje last van lichte hartkloppingen gehad, maar de dokter had haar en haar man toen al dadelijk gerustgesteld, gezegd dat het volstrekt niets te betekenen had. Wat haar niet belette om sindsdien, zodra iemand iets deed dat haar niet beviel, met een martelaarsgezicht de hand tegen haar hart te drukken. Wim had dat al aan Koos verteld, nog voor er sprake was van Let. Geen wonder dat de laatste tijd de hartkwaal in den huize Wendelaar opgeld deed! Maar Wim had nu dezer dagen
243