DE KLAS VAN TWAALF
ven, en Lea zou dus ook wel weten, waarom ze nu nog niet was gekomen.
,,Is er iets met Let, Lea?”
,,Neen. Ze komt stellig. Maar misschien wat later. Ze is.... ze zijn.... ze zou vanmiddag naar de stad gaan.... naar het museum geloof ik.... of naar een concert.... Ze zou daarna rechtstreeks hierheen komen.”
,,Maar moet ze dan niet eten?” vroeg Lien onschuldig. ,,Ze zou in de stad blijven eten....”
Lea gaf haar inlichtingen een beetje aarzelend; Let hield er niet van, als alles van haar zo werd besproken en uitgeplozen.
,,Wat enig, zeg, wat leuk!” riep Lien. ,,In je eentje in de stad te eten.”
,,In je eentje!” schamperde Leida. Ze dacht er natuurlijk weer ,,het hare van”. Ze had er thuis met ma al herhaaldelijk over gesproken en ma en zij waren het volkomen eens. Die jonge Wendelaar was natuurlijk zo iemand waarvan je leest in boeken, in boeken die je eigenlijk niet lezen mag — zo iemand als Buckingham in ,,Mary Hollis”, of als die dokter in „Lidewijde”, maar Let was zo onnoozel, die begreep dat niet, die dacht dat zo’n jongen, zoon van een geboren freule en een rijk fabrikant, maar zo met haar zou trouwen, met iemand uit een dergelijk milieu. Juist omdat ze uit zo’n milieu kwam, en natuurlijk absoluut geen beschaafde opvoeding had gehad —, juist daarom haalde ze zich die onzin in het hoofd. Door en Nel waren klaar met schenken en presenteren en zaten nu weer gezellig tussen de anderen in de hoek bij de kachel en de ronde tafel.
„Om nooit weer op te willen staan,” zuchtte Tine, ,,zó lekker zit je hier.”
,,Hé, wat lijkt me dat toch enig,” zei Door halfluid tot Jeanne. „Om zo naar een museum, of naar een concert te gaan en in een hotel te eten.... of hoe noem je ’t.... een restauratie.... aan een apart tafeltje.... met je verloofde.... zoals Let....”
242