DE STORM
„Nu is alleen Let er nog niet,” constateerde Nel, toen ze weer allemaal zaten.
,,Ze zal niet hebben gedurfd om het weer....” opperde Marie. Het was even stil geworden, toen Nel over Let begon. Sommigen hadden haar niet eens gemist, alsof ze er niet helemaal meer bij hoorde. Het was ook zo vreemd allemaal met Let gelopen, het leek wel de historie van het „lelijke jonge eendje”. Lelijk was Let weliswaar nooit geweest, maar ze was toch nooit op de voorgrond gekomen —, ze hoorde niet, als Anke, Jeanne en Gien, tot de „upper ten”, ze legde ook al niet, als Nel, bijzondere talenten aan de dag, ze was noch vrolijk als Door, noch buitengewoon knap als Anna. Evenmin, als Lien, als Leida, opvallend door haar bijzondere karaktertrekken, of door haar houding tegenover de leraren.
De schaamte om haar vaders slecht gedrag had haar schichtig gemaakt; stilletjes was ze al die jaren haar eigen weg gegaan, weinig belangstelling tonend, weinig belangstelling vragend. En nu ineens, nu praatte de hele school over haar, leerlingen en leraren, en ook buiten de school praatten de mensen over haar.
Ze was de heldin van een interessante liefdeshistorie, de aanleiding tot onenigheid in een der deftigste families van de streek. Want iedereen wist het, dat mevrouw Wen-delaar, die „van adel” was, zich uit alle macht verzette tegen de omgang van Let en Wim, en iedereen wist ook dat Wims vader hem steunde, maar niemand kon voorspellen, hoe de afloop zou zijn. Want mevrouw Wende-laar had ongewone middelen tot haar beschikking.... En Let gedroeg zich onder dat alles, zoals ze zich altijd had gedragen; maar haar schichtigheid was weg, en er lag iets in haar houding, in haar ogen, waaraan ze geen van allen een naam konden geven, maar dat haar apart zette van -de rest. Anke en Nel waren ook, elk op haar manier, „interessant”, maar Let alleen wekte die heimelijke bewondering, verwondering, nijd en benijding op. Alleen haar verhouding met Lea scheen dezelfde geble-
241
De Klas 16