DE STORM
frouw Siegenbeek zeggen. Ze is al achttien jaar! Ze is bijna onderwijzeres.”
„Tine ook,” weerlegde Peter. ,,En we zeggen toch niet „juffrouw Maas” tegen haar.”
De gedachte alleen deed Keesje schateren. Hij pakte Tine’s arm en bewoog hem als een pompzwengel heen en weer.
„Juffrouw Maas.... juffrouw Maas.... juffrouw Maas....” Ans haalde de schouders op.
„Alsof dat hetzelfde is. Tine hoort bij ons, die is net als wij....”
Maar ze wilde toch ook van de partij nog wel wat weten. „Zouden er heus taartjes zijn? En chocola?”
„Ik hoop het maar!” lachte Tine. En ze voegde er achter: „Ik denk het haast wel.”
Het zou in elk geval vanavond, in de „ambtswoning” geen „pret op een droogje” zijn, zoals Door het vroeger altijd had genoemd. Mijnheer Siegenbeek was Hoofd-van-School geworden, als opvolger van de oude heer Note-boom, die eindelijk pensioen had genomen. Het had lang geduurd, eer de benoeming afkwam, en er was heel veel om te doen geweest. Sommige mensen achtten mijnheer Siegenbeek geknipt voor schoolhoofd, maar anderen vonden hem lang niet deftig genoeg, en vooral niet streng genoeg. Een man, die toestond, dat zijn eigen kinderen hem bij de voornaam noemden! Het was een hele kwestie geweest in het stadje, en Leida Verkruysen, door haar pa ingewijd in alle stadhuisgeheimen — dat beweerde ze tenminste! — had weken achter elkaar rondgelopen met een heel eigenzinnig gezicht, waarop duidelijk te lezen stond: als ik maar wou, zou ik heel veel kunnen openbaren. Nel noemde haar: Sfinx zonder geheim! Dat had ze eens ergens gelezen en Door vond het een prachtige uitdrukking.
Maar eindelijk was, en ten slotte toch nog met een flinke meerderheid, mijnheer Siegenbeek benoemd tot hoofd van school E„ in de wandeling de Polderschool geheten.
233