ZUSTERVETE
ouders ellendig maakte... en geen woord mogen zeggen.... na zoveel jaren van openhartige vriendschap.... dat was geen rol, dat hield ze niet vol. En Nel zei nu wel „anders.... anders....” maar ze kon haar toch niet missen, ze waren te veel aan elkaar gehecht.
,,Ik doe het niet voor mijn plezier,” zei ze wat stroef. Nel gaf geen antwoord, en de andere dag leek alles vergeten, maar beiden wisten, dat de scheur groter geworden was. Een poos later was Door, als wel meer op Zondag, bij de „aandoenlijke ouden” ten eten genood. De oude mevrouw had gevraagd of ze wat vroeg, alvast op een kopje thee, wilde komen, maar toen ze kwam was Nel niet thuis. „Ze is al de hele dag met Hillegonda uit,” vertelde de grootvader. „Die is haar dadelijk na de koffie komen halen. Een beroemd dichter zou vanmiddag bij haar komen theedrinken. En juffrouw Baarslag zou zelf ook gedichten voorlezen. Maar ze wist toch dat jij kwam....” Hij zuchtte en keek naar de klok.
Vijf minuten later kwam Nel thuis. Ze had een hoog-rode kleur en droeg een stapel boeken en tijdschriften onder de arm.
„Wat ruik je vreselijk naar tabaksrook,” zei haar grootmoeder zacht-verwijtend. „Hebben ze daar allemaal zitten roken?”
„Ja.... ik weet niet.... ik geloof het wel,” antwoordde Nel verstrooid.
„Zou dat nu wel goed voor je zijn, om in te ademen, al die damp, zo’n hele middag?”
Nel hoorde het niet eens. Ze had uit een der boeken een opgevouwen vel papier te voorschijn gehaald.
„Zeg Door.... dit is een gedicht over de Transvaal-oor-log.... een gedicht van Hillegonda zelf. Maar ik mag het niet houden.... het moet worden ingezonden voor een tijdschrift. Ik mag het overschrijven. En Hillegonda vroeg me of ik er nog drie andere afschriften van wou maken, dan kon ze die sturen aan een paar vrienden.... redacteuren van andere tijdschriften, zie je....”
211