DE KLAS VAN TWAALF
komen zou. Met Nel scheen het ernst te zullen worden. Mijnheer Blom zag veel in Nel —, eens had hij een opstel van haar over „Waarheid en Dromen” naar een van zijn geleerde vrienden gestuurd, die het heel mooi had gevonden. Ze hadden samen Potgieter verdedigd tegen Lien en Marie, die hem een vervelende zanikpot vonden —, ze hadden „Het Land van Rembrandt” samen genoten en Staring samen hartgrondig verfoeid. Ze kenden allebei de „Camera Obscura” voor drie-kwart uit het hoofd —-, Nel eigenlijk helemaal, want Nel had een geweldig geheugen.
En nu had Nel al die oude góden afgezworen. Alleen Multatuli bleef ze nog trouw. Maar wat was „Woutertje” bij „Kleine Johannes”? Daar stond ze mee op en ging ze mee naar bed....
Ook dat kunnen we ons nu niet meer indenken, die verrukking toen het eerste deel van „De Kleine Johannes” verscheen, in Nels jonge jaren, in de tijd, die ik nu beschrijf. Ook hierin stond Nel niet alleen, maar ook hierin kende ze geen maat. Door had zelfs al eens een brief gehad van Nels trouwe vriend, Dick Muntendam, sinds een paar jaar student in de letteren, waarin hij schreef, dat hij Nel zo vreselijk overspannen vond en zich ongerust over haar maakte. Maar Nel stoorde zich evenmin aan Dick als aan Door, gaandeweg was ze helemaal onder de invloed van Hillegonda Baarslag geraakt. Ze kende boeken vol verzen uit haar hoofd; wat ze niet kopen en niet van buiten leren kon, schreef ze over. Hillegonda Baarslag had alles, kocht alles, en was geabonneerd op een tijdschrift in een blauw kaft; dat heette „De Nieuwe Gids” en Nel was er niet af te slaan. „De Nieuwe Gids” en de oorlogsberichten uit Afrika vervulden haar hele bestaan, namen heel haar aandacht in beslag —, het leven daarbuiten was een vale, vage droom. De „aandoenlijke ouden” gingen onder dat alles diep gebukt, maar Nel zag het niet eens.
Door zag het wel, en ze kon het niet kroppen. Ze had zelf
208