FEEST IN „DE WAAKZAAMHEID”
want de grote koffiekamer was afgesloten ■—■, daar werd nu klaargezet voor het souper en in de pijpela-achtige vergaderzaal, voor de gelegenheid tot ..foyer” gepromoveerd, was het blijkbaar niet bijster gezellig; de weinigen die er zich heen begaven, kwamen tenminste al gauw weer in de zaal terug, waar kellners koffie en thee dienden langs de rijen.
Gien en Jeanne verschenen nu ook weer, ze werden natuurlijk dadelijk omringd en gecomplimenteerd, en Lea ontdekte nu plotseling Leida Verkruysen, in een gele satijnen jurk, een gele strik in de vettige zwarte haren, heftig aan het wuiven en zwaaien over tien rijen stoelen naar Jeanne en Gien. Maar Gien stond met de rug naar haar toe en Jeanne scheen haar niet te willen zien; het leek de beide meisjes althans ondenkbaar, dat ze de zwaaiende gele arm werkelijk niet zag.
Muziek kortte het wachten, tot het scherm weer opging; toen volgde een kort toneelstukje —, ,,één-acter” heette het op het programma — waar Let en Lea niet veel van begrepen en, blijkens het aarzelend applaus, ook de overige toeschouwers niet, en waar Wim Wendelaar niet in meespeelde, en daarna bleef het scherm weer dicht, een hele poos, en de mensen keken al in hun programma, wat ze nog te wachten stond, maar het programma zei niets dan „Tableau Vivant”.
Maar ten leste.
„Het komt.... het komt”, jubelde het vriendenpaar, elkaar in de ribben stotend, zodra er trilling kwam in het scherm. En het kwam.... en een „ah”.... van verrassing ging door de zaal. Nu begrepen de mensen, waarom ze de laatste dagen overal in de stad, in de etalages van alle boekhandelaren, dezelfde prent hadden zien hangen —, bij Bruisse en bij Koorn en bij Duursma en bij Bronbeek en bij Kreeft.... overal, als volgens geheimzinnige afspraak, diezelfde Beethoven-prent -— maar ze wisten niet dat Lea’s vader daarvoor had gezorgd, wel vermoedend dat een groot aantal van zijn stadgenoten de prent niet zou-
189