DE KLAS VAN TWAALF
alles dat haar drukte, ineens van zich afgeschud, alles, dat haar beschamen kon, op slag vergeten!
En Lea dacht aan de andere klasgenoten, en haalde zich hun gezichten voor de geest, om ze met Let en Anke te vergelijken. Gien had er in de eerste klas beeldig uitgezien en in de tweede nog heel knap, maar ze was nu al lang niet meer wat ze was geweest. Nel kon je eigenlijk niet mooi of knap noemen, maar ze had wel iets heel opvallends. Door zou leelijk zijn geweest, zonder dat grappige, geestige van die heel lichtgrijze ogen. Anna’s gezicht was te smal en te streng. Tine knapte op, zienderogen. Die zal nog wel verder „bijtrekken”, had Nel voorspeld, nu ze in een rustige omgeving is en tenminste tijd heeft om haar eten te kauwen. Echt iets voor Nel! Jeanne was en bleef dezelfde spichtige pikvin, met haar piefneus en haar bril. Marie Mol werd zo ongelukkig dik; die werd overvoed, dat moest, voor haar gezondheid, en haar ogen puilden zo uit, de laatste tijd. Lien Doezer had zó iets liefs in haar gezicht, dat je er bijna niet op lette of ze lelijk of mooi was. Leida Verkruysen was de leelijkste van het hele dozijn ■—, en Nel beweerde bij hoog en bij laag, dat ze zichzelf voor een hele schoonheid hield. Waar zat ze toch? Zeker achteraan, want ze hadden pas laat kaarten gekregen of genomen. De manier waarop ze dat had gezegd, gisteren: „Jullie hebt zeker vrijkaarten?” En dat idiote wegrennen naar Jeanne ineens. Waar zat ze toch? Omkijkend, ving ze juist Anke’s blik, in de hoogste verwondering op haar en Let gericht. En ze knikte lachend: „Ja, we zijn het hoor! Je had ons zeker niet hier verwacht?” Ze stootte Let aan, en die keek ook om en Anke knikte haar beide klasgenoten vriendelijk toe.
„Zag je, hoe stom-verbaasd ze keek?”
„Ze had ons natuurlijk niet verwacht.”
„Ze zal straks nog wel verbaasder zijn.”
„Misschien....” lachte Let.
Langzamerhand had zich nu de zaal geheel gevuld. Frits van den Burg was binnengekomen en naast zijn moeder
182