FEEST IN „DE WAAKZAAMHEID"
gaan zitten en wiste zich het rode, verhitte gezicht. De zaaldeuren gingen dicht en van achter de palmen en planten op een met Oosterse doeken beklede verhevenheid naast het toneel kwam nu geluid van violen, die werden gestemd. Het herinnerde Lea aan zomer-avonden, dan ook klonken die dromerige klanken uit het verborgene van openstaande huizen en geurende tuinen...
,,Heb je Leida Verkruysen gezien?”
„Neen, ik kan haar nergens ontdekken.”
Maar ze durfden niet meer te praten, nu om hen heen de gesprekken geleidelijk verstomden. Iedereen ging recht op zijn stoel zitten en nam zijn programma ter hand. Eerst kwam er nu een fijn en luchtig, een tegelijk blijgeestig en ontroerend muziekje —, dat duurde veel te kort naar Lea’s zin. Ze hield zoveel van muziek, vooral van muziek, die als deze tegelijk blijgeestig en ontroerend was. Dolf had haar onlangs een versregel gestuurd in een brief: „Muziek, dat is der spraken wonder” —, en daar moest ze sindsdien telkens aan denken, juist bij die tegelijk blijgeestige en ontroerende muziek. Vader had gezegd, als ze werkelijk wilde, dan mocht ze nu nog pianoles gaan nemen; dan zou ze ook een piano krijgen! En met Dolf zou ze naar concerten gaan. Muziek.... als die van zoeven.... dat was alsof er overal deuren open gingen — ook in jezelf.... en je had gevoelens, die je anders niet kende.... gevoelens.... verlangens.... je wist zelf niet hoe je het allemaal noemen moest.... en een zekerheid.... een vreemde zekerheid.... alsof alles in de wereld.... alsof de hele wereld veel meer betekende dan je in je gewone ogenblikken, in je gewone leven begrijpen kon, maar daarbij toch ook iets benauwds.... omdat je het toch nooit zou kunnen vatten, omdat het nooit langer kon duren dan de muziek-zelf, en omdat er toch trouwens ook geen woorden voor waren....
Ze was helemaal afgedwaald.... zelfs Lets bijzijn een ogenblik vergeten, maar weer stilde het gemurmel, dat haar gedachten had begeleid.... wat gebeurde er nu?
183