HOOFDSTUK IX
FEEST IN „DE WAAKZAAMHEID"(Vervolg)
DE volgende dag sneeuwde het gestadig, tot de avond toe. Dadelijk na het eten ging Let, onder haar lange, donkere wintermantel haar feestjurk verborgen, moeders nette avondschoentjes, die haar gelukkig precies pasten, in haar handwerk-zak, naar Lea’s huis. Ze liep de zijdeur in zonder bellen of kloppen en wilde haar kleren aan de kapstok hangen, maar daar kwam ineens kleine Roosje voor de dag.
„Ben jij daar, Let? Lea vraagt of je alsjeblieft je goed niet wilt afdoen, maar dadelijk naar haar kamertje gaan.” „Waarom?”
„Ze vindt het zo griezelig om alleen binnen te komen in haar nieuwe jurk.”
„Griezelig?”
„Ja, ze zegt, omdat het reform is, of hoe je het noemt. En juffrouw Content is er ook, zie je.”
Let moest lachen, maar ze deed wat het kind haar had gevraagd.
Lea stond in haar nieuwe jurk voor de spiegel en wendde en keerde zich om en om.
„Oh, ben je daar? Hoe vonden ze je jurk bij jou thuis? Je moeder en Cor, bedoel ik.”
175