DE KLAS VAN TWAALF
„Het is daar natuurlijk een ongelukkig huishouden?” vroeg hij dan op langzame toon.
„Ja, en of!” antwoordde Jeanne gretig. „Een bende, dat kan je begrijpen. Ze zitten overal in de schulden. Er staat haast geen stuk meubel meer in het hele huis. Alleen gordijnen!” lachte ze schril. „Keurige gordijnen! Voor de show! Alsof toch niet iedereen alles weet.”
Hij knikte, somber voor zich uit starend. En Jeanne, menend zijn gedachten te raden, triomfeerde inwendig. O zo, hij zag het nu toch zelf wel in, dat hij, een jongen van eerste familie, zoon van een rijke fabrikant en van een geboren freule, niet met een kind uit zo’n gezin aan de hoofdtafel kon zitten souperen. Het kwam niet in haar hoofd op, dat zij het was die juist zijn medelijden en zijn belangstelling voor Let had gaande gemaakt....
174