DE KLAS VAN TWAALF
de jeugdige Daaf, waarop Dolf naar hem sloeg, zonder hem te raken.
Let stond nu op.
,,Dan ga ik ook maar naar huis, geloof ik!”
,,Je denkt er niet aan!” Meteen flinke ruk plakte Lea haar terug op haar stoel. „We gaan gewoon ons gang en Dolf mag ons helpen.”
,,Ai....” kwam die. ,,Als ik dat nog maar kan!” „Bovendien moet Let op de winkel passen,” decreteerde Daaf, die erg op Let gesteld was.
Dat was niet helemaal een grapje. Let deed het wel vaker. Ze begon zich meer en meer voor de antiquiteiten, voor kunstvoorwerpen in het algemeen te interesseren, ze legde er begrip en smaak voor aan de dag. Herhaaldelijk al had Lea’s vader gezegd: als het niet lukt met solliciteren, dan kom je maar bij mij in de zaak. In het begin was dat als scherts bedoeld geweest, maar de laatste tijd begon hij er in ernst over te denken. Ze was handig en geschikt. En misschien zat er zelfs een toekomst voor haar in. Als Daaf tenminste bleef bij zijn plan om veearts te worden.
Vroeger hadden ze daar wat mee gelachen.... maar de jongen bleef dol op dieren en vol zorg voor ze... hij vond altijd dat dieren slecht werden behandeld en had het steeds over asyls en tehuizen, die hij stichten zou als hij groot was. Och, het was niet gekker dan iets anders.... vond zijn moeder.... en wat vroeger uitgesloten scheen door hun bekrompen omstandigheden, was nu mogelijk geworden....
„Een héél decoratieve winkeljuffrouw zou ze zijn,” had mijnheer Schaap eens gezegd en ze waren allemaal gaan lachen en hem gaan plagen. „Wel, wel, zo’n oude hoveling.... zo’n vleier....” en Let had een kleur gekregen, maar daarna moesten ze erkennen: vader had gelijk! Tussen de kunstvoorwerpen leek ze, althans in haar goede dagen, als het thuis dragelijk was, zelf een kunstvoorwerp, zo fijn en slank en mooi, met haar kopergouden
164