FEEST IN „DE WAAKZAAMHEID”
vocaties en zo meer; ze schreef een mooie, vlugge hand en had volop werk. Jammer alleen dat het zo ontzettend slecht werd betaald. Bart wankelde tussen het verlangen, zijn moeder daarmee te helpen, en zijn oude illusie van het zelfgetimmerde ameublement, waarvan hij wel meer en meer de bezwaren ging beseffen, maar waaraan hij toch nog al zijn vrije tijd besteedde.
Zo kwam Let dan die Woensdag bij Lea eten en dadelijk na het eten werden boeken en schriften voor de dag gehaald. Vader en moeder Schaap moesten uit, op verjaars-bezoek, de jeugdige Daaf mocht mee, Roosje en Wiet lagen al in bed, die waren allebei wat verkouden. Lekker rood gloeide de haard, het theeblad stond klaar, de por-celeinen koektrommels gevuld.
,,En als jullie straks een kop koffie willen zetten, er staat verse boterkoek in de kast.”
,,Kom moeder, nu weten ze het wel!” lachte de vader. ,,Ze zullen zich best zelf redden.”
,,En anders help ik wel een handje,” klonk daar opeens een stem en de kamerdeur ging open: Dolf!
Lea sprong op en hem tegemoet.
„Wat zie je er best uit.”
Dat moest ze eerst even zeggen, eer ze nog haar verrassing kon uiten dat hij nu al, in plaats van morgen, was gekomen.
Hij keek lachend in de spiegel.
,,Ja, ik voel dat ik een kleur heb. Ik heb ook gehold van het station naar hier om jullie te verrassen.”
„Heb je wel gegeten?”
Hij keek een beetje verlegen, half-lachend, naar de afgeruimde tafel —■, ze hadden zelf juist bijzonder vroeg gegeten, om de visite en Lea’s vlijtige plannen. De moeder was al weg naar de keuken.
„Maar we kunnen toch niet thuisblijven, hoor jongen,” legde vader Schaap uit. „We moeten eventjes naar de oude juffrouw Koster.”
„’t Kan hem nogal wat schelen of u thuis blijft!” plaagde
163