FEEST IN „DE WAAKZAAMHEID"
Schaap de benodigdheden voor het Beethoven-tableau bij elkaar had weten te kiezen. Lea’s vader van zijn kant vond hem zo aardig, dat hij hem zijn mooiste dingen liet zien en van alles uitleg gaf —-, en daardoor kwam Wim er weer toe hem te raadplegen over een ander nummer van het cabaretprogramma, dat ze al eerder hadden gegeven en waarmee ze ook veel succes hadden gehad, maar dat ze hier in een andere vorm wilden vertonen. Het heette „Een Avond bij de Bollebof”. De „bollebof” was de joviale kastelein van wat je kon noemen een betere landloperskroeg, en zijn gasten moesten heel en half verlopen individuen voorstellen, mannen en vrouwen, die betere dagen hadden gekend, en waarvan sommigen kunsten en kunstjes verstonden, die ze dan voor elkaar ten beste gaven. Een speelde op de harmonica, een andere voerde goocheltoeren uit, een derde acrobatiek, nog weer een ander zong liedjes, en een vrouw vertelde als haar eigen levensgeschiedenis het een of ander aangrijpend verhaal. Zo vormden de verschillende prestaties en voordrachten één geheel, iets veel echters en levendigers, dan wanneer elk beurt voor beurt zijn nummertje zou komen afdraaien. Het moest natuurlijk in een schilderachtig kroegjesinterieur gebeuren en de verschillende gasten zouden fantastische landlopersplunje dragen.
Lea’s vader vond de hele gedachte zo aardig en had zo’n schik in de openhartige, opgewekte jongen, dat hij ook voor dat nummer zijn voorraad beschikbaar stelde. En niet alleen zijn voorraad, ook zichzelf, zijn raad en zijn daad.
In het algemeen vroegen de Kattebellers niet graag hulp van buitenstaanders, maar daar het toneel in ,,De Waakzaamheid” nogal groot was en het kroeg-interieur dus vanzelf erg ruim zou worden, werden Gien en Jeanne als gasten meegevraagd. Ze hoefden natuurlijk niets te doen dan als „landloopster” verkleed, aan een tafeltje te zitten luisteren, en zo de ruimte te vullen. Maar ze von-
159