DE KLAS VAN TWAALF
„Niet zo oud schijnt het, als hij er uitziet. Hoe oud dacht jij?”
„Even in de veertig.”
„Dat dacht ik ook. Maar hij schijnt pas vijf-en-dertig te zijn. En Tine is wel erg oud voor haar leeftijd. Ik bedoel niet saai of ouwelijk of vervelend of zo.... maar ernstig. Och neen, ernstig bedoel ik ook niet.... want Anke is eigenlijk ernstiger, en toch maakt Tine een oudere indruk. Doordat ze thuis altijd zo veel heeft moeten doen, voor alles zorgen.”
„Ja, want die moeder van haar, dat schijnt net een kip zonder kop, wat je daarvan hoort.”
„Ik kan het niet helpen,” kwam Lettie na even zwijgen. „Maar zo vreselijk gek kan ik het toch ook weer niet vinden. Tine is een zorgje en vreselijk medelijdend. En mijnheer Kroon schijnt veel in haar te zien, dat heb je toch zelf gezegd.”
„Ja, ze zei eens tegen me: „Hij is na Anke eigenlijk de eerste voor wie ik meer dan „Schimmetje” ben.” Ze zei het helemaal niet hatelijk hoor, maar het klonk toch sneu.” „Ik vind het helemaal zo gek niet,” herhaalde Lettie. „Neen”, beaamde Lea. „Nu we er zo samen over praten, ik ook niet.... maar zoeven thuis, toen ik er over dacht, toen leek het me zo onmogelijk.... dat ik het nog eerder zou hebben willen geloven van Door en „Balletje Gehakt....”
„Ik niet, hoor!” lachte Lettie, maar ernstiger vervolgde ze:
„Door mag toch wel een beetje oppassen met „Balletje”. Ze drijft het te ver.”
„Och.... die gekke „Balletje”; geloof je heus?”
„Ja. En ze zou er zelf later de meeste spijt van hebben.” „Jij kent haar beter dan ik,” gaf Lea toe. „Maar zullen we niet eens beginnen?”
„Goed.... Waar heb je het kladje?”
„Hier....”
„En het lijstje...?”
136