ALLERLEI WEDERWAARDIGHEDEN
dichtbij bekeek, wat straalde er een goedheid uit zijn ogen. Maar wat een sloddervos — moest ze in gedachten lachen ■—, zijn das hing half los en zijn vest zat scheef dichtgeknoopt. Hij glimlachte, zo innig als Tine pleitte voor Nel.
,,Ik ben anders niet zo heel erg op al die kwekelingen gesteld, ’k Heb er wel eens vervelende ervaringen mee gehad. Maar die vriendin van jullie schijnt nogal een erg interessant mensenkind te zijn, als ik goed begrijp.”
,,0 ja, mijnheer, interessant is Nel zeker —-, nietwaar Lea?”
Lea beaamde dat van harte.
„Laat haar dan maar eens bij mij komen praten. Dan komt dat wel in orde.”
„Graag — en dank u wel, dank u wel, meneer!” Dankbaar en blij namen ze afscheid. Diezelfde middag stapten ze naar Nel’s huis en deden trouw van alles verslag. De grootouders fleurden er helemaal van op. Nel had dus niet in haar verhalen over die Jansen overdreven, Nel had dus niet overijld en onverstandig gehandeld. Nu ze ouder werd, behoorden de „straffen” en het ,,streng”-doen natuurlijk tot het verleden —■, maar toch vroegen ze zich vaak af, of ze in vroeger jaren niet te toegeeflijk waren geweest, ofschoon ze over Nel’s gedrag in huis niet te klagen hadden.
„Voor wie haar weet aan te pakken is ze immers onder een hoedje te vangen,” stelde dan grootvader weer zichzelf gerust. „Ze heeft nu eenmaal een trotse aard. Ze kan niet tegen de toon, die de meeste volwassen mensen tegen kinderen aanslaan.... en de meeste leraren tegen hun leerlingen.”
„Hadden we dat dan eigenlijk niet in haar moeten tegengaan?” weifelde grootmoeder nog.
„Dat is niet tegen te gaan. Dat zit erin. En waarom zou een kind ook geen gevoel van eigenwaarde hebben? Verwaand is Nel toch allerminst....”
„Wat aardig van die meisjes om zo voor haar op te
121