DE KLAS VAN TWAALF
mijnheer Kroon was zó op hem gesteld, als hij een goed woord deed voor Nel, dan mocht ze vast en zeker bij hem als kwekeling komen. Wat in-gezellig. Ze zou het haar dadelijk morgen vertellen....
Maar de andere dag kwam Nel niet op school. Op klacht van Jansen had de directeur haar voorlopig voor drie dagen naar huis gestuurd! Er zou vergadering over haar worden gehouden. Mijnheer Adelink was heftig in actie, hij beloofde Lea die avond bij haar thuis, dat hij alles zou doen om Nel in het gelijk gesteld te krijgen en hij raadde haar aan, zo gauw mogelijk met Tine ,,op audiëntie te gaan” bij mijnheer Kroon. Dan zag die ook dadelijk, dat Nel’s klasgenoten van haar hielden. Want dat deden ze toch?
„O ja!” zei Lea geestdriftig.
„Is ze niet net zo iets als Anke van den Burg?”
„O neen! Heel anders. Oók wel ernstig, maar veel leuker.... Anke is natuurlijk heel aardig, maar ze is er lang niet zo leuk bij als Nel. Anke is wel eens een beetje.... zwaar-op-de-hand.”
„Mijnheer Kroon laat vragen of u en juffrouw Maas straks om twaalf uur even in het kamertje bij mijnheer willen komen,” berichtte een dag later de tot boodschap-jongetje afgerichte zesde-klasser.
Lea knikte, ze keek Dolf even aan en ging verder met de rekenles. Hij maakte onderwijl aantekeningen van wat hij straks op te merken en te verbeteren zou hebben.
Om twaalf uur wachtte ze eerst op Tine, en samen stevenden ze door de lange, lege gang naar het „hoofdenkamertje” en Tine klopte aan.
„Binnen” werd er geroepen en daar stonden ze in het „heiligdom”. Mijnheer Kroon wees ze elk een stoel en ging zelf heel gemoedelijk op de tafel zitten. Het bleek, dat mijnheer Adelink hem wel al met een enkel woord op hun verzoek had voorbereid. Tine deed het woord —-wat keek hij haar vriendelijk aan. En wat had hij toch, vond Lea ineens, een lief en knap gezicht, als je hem van
120