DE KLAS VAN TWAALF
In andere omstandigheden zou ze natuurlijk voor de fabricatie van dat fraais Nel in de arm hebben genomen, maar Nel was de hele week al zo stil en somber, dat Door zich ernstig ongerust om haar maakte. Wat zouden ze anders ook samen gelachen hebben om die gekke, kleine, dikke Steyn — „Balletje Gehakt”, noemden de jongens meester Steyn! — die haar op alle manieren het hof zocht te maken. Lucy had haar toevertrouwd dat de „hopeloze liefde” van het dwaze, kleine baasje voor haar, Lucy, al meer dan een jaar duurde, telkens weer opnieuw na korte bekoelingen, maar nu ten leste scheen hij dan toch zijn liefde van Lucy definitief op Door te hebben overgebracht.
„Wat een vreselijke achteruitgang,” had Door gelachen. „Van een heuse onderwijzeres op een kale kwekeling!” En de man was al dertig jaar.
Neen, Nel was niet in stemming om naar die dingen te luisteren en erom te lachen. Over de school, hoe Jansen optrad, of het mee- of tegenviel.... ze liet zich nergens over uit. Zo ging ook de tweede week voorbij en er werd al niet meer zó druk over het lesgeven gesproken —, alleen Leida raakte niet uitgepraat en had iedere keer iets anders te tonen, dat ze van het een of andere snoesje cadeau gekregen had. Jeanne verdacht haar er van, dat ze de stumpers eenvoudig hun lintjes en ulevellen afhandig maakte, om er dan later mee te kunnen bluffen als bewijzen van haar enorme populariteit.
Zo kwam de Mei en braken eindelijk de mooie dagen aan. De klassen van mijnheer Kroon deden nu bijna elke dag „schoolwandelingen”, want mijnheer Kroon was een groot voorstander daarvan. En zo wandelde dan op een mooie morgen Tine Maas, gezellig babbelend met de vriendelijke, oude juffrouw Schnabel, rustigjes aan, want juffrouw Schnabel was wat mank, achter een tevreden klasje van vier-aan-vier gearmde kindertjes, door het zonnetje naar het stadspark toe....
Tine had het al bijzonder getroffen. Juffrouw Schnabel
114