ALLERLEI WEDERWAARDIGHEDEN
„School van mijnheer Dubbeldam: Door Siegenbeek, Anke van den Burg. School van mijnheer Doezer: Anna Doezer en Lien Doezer. School van mijnheer Noteboom: Marie Mol, Let Brons. School van mijnheer Kroon: Lea Schaap, Tine Maas. School van mijnheer Jansen: Nel van Zanten....”
Hij zweeg. En de verbazing, omdat Leida de Opleidingsschool kreeg en Anke naar die van Dubbeldam moest, en eigen tevredenheid of teleurstelling —■ het werd alles op de achtergrond gedrongen door die laatste mededeling. Dus toch! Dus Nel moest naar Jansen, juist Nel, alleen Nel. Stokstijf en doodsbleek zat ze in de bank. Schijnbaar onbewogen, maar met fonkelende ogen keek ze naar de man voor de klas, die na één enkele hatelijke blik doodbedaard het papier toevouwde en het lokaal verliet. Mijnheer Blom had even later een halve storm te bezweren....
Om vier uur brak hij los, de storm. Sommigen vonden het geval Leida-Anke het belangrijkst, anderen het geval Nel. En het bekoelde Leida’s trotse vreugde wel een beetje, toen Anke rustig vertelde:
,,Ik wou liever niet naar de school van Van der Plas. Na mijn examen wil ik toch ook beginnen aan een volksschool in een grote stad. En daarom is het veel beter, dat ik eerst die gewone volkskinderen leer kennen en ermee omgaan.”
,,Heb je dat tegen de directeur gezegd?”
„Neen, thuis tegen mijn moeder. En toen heeft vader er de directeur over geschreven.”
„En toen mocht ik in Anke’s plaats!” blufte Leida. Die glorie bleef. Niet een van de anderen, zij was gekozen! Lea en Tine waren voor hun part blij met de regeling. Ze gingen graag naar mijnheer Kroon, al bemoeide hij zich weinig met zijn kwekelingen. Ze vonden hem zo zielig —, hij had voor een paar jaar zijn vrouw verloren en was met drie jonge kinderen achtergebleven. Bovendien was hij een vriend van mijnheer Adelink en die zou een goed
111