gevierde Voltaire-zelf, beurtelings speelgoed en zondebok van een samenleving, die niet meer wist wat ze wilde, alle oude gesteldheden had losgewrikt, zonder tot hun opheffing of definitieve her-stelling te kunnen komen, beurtelings bij prinsen te gast en in de Lazare opgesloten?
De geschiedenis der opvoering van ,,Le Mariage de Figaro", een gebeurtenis die toen al wel door al de te overwinnen moeilijkheden en den grenzenloozen durf van den auteur een geweldigen opgang maakte, maar waarvan geen tijdgenoot den dieperen zin bevroeden kon, is het sprekende bewijs van wat we herhaaldelijk zeiden, dat uitgebloeide collectiviteiten aan zichzelf ten gronde gaan, dat ze zelfmoord plegen en dat de aanvallers niets meer doen dan het lijk wegdragen, wat dan grif door de anderen als ,,moord" en door hen-zelf als een heldenstuk wordt uitgekreten. Als een ware Reinaert zien we Beaumarchais zich tusschen het brillante gezelschap van het Ancien Régime bewegen, hij alleen den toestand overziend en beheerschend, en handig, tot eigen glorie en profijt, de ijdelheid betokkelend dier lieden, die vóór alles ,,intellect", boven de vooroordeelen van hun stand verheven, willen zijn. Ja, die bekende woorden, ,,II n'y a que les petits hommes, qui craignent les petits écrits", welke hem monsieur De Vaudreuil tot beschermer bezorgden — die immers vóór alles geen ,,petit homme" wilde schijnen — mogen de eminentste Uilenspiegelstreek heeten, die ooit werd uitgehaald. De adellijke dames en heeren stelden er een eer in, te applaudisseeren bij de definities van ,,hoveling", ,,politiek" en ,,militair" —, inderdaad had zich de intelligentie van de oude ficties bevrijd, werden „belangen" niet langer „beginselen" genoemd, en het was precies aan die onderscheiding, dat de oude maatschappij ten gronde ging, daar alleen de zotheid, die tusschen „belang" en „beginsel" niet vermag te onderscheiden, het blinde vertrouwen, waarvoor belang en beginsel samenvallen, collectiviteiten in stand houden kan. Dit geslacht wilde niet zot meer zijn, greep elke gelegenheid aan om zijn liberale inzichten te toonen, — in de Nationale Conventie stemde de gansche adel vóór godsdienstvrijheid -dit geslacht was verdraagzaam, sceptisch-rationalistisch in het dagelijksche leven; geen Bossuet leefde er meer om hun te vertellen, dat de „ironie in strijd met een Christelijke levensbe-
416