Prometheus

Titel
Prometheus

Jaar
1919

Druk
1946

Overig
2ed 1946

Pagina's
624



grenzen tusschen Mensch en Godheid loochenen — het Vol-tairiaansch sceptisch rationalisme doet ,,Figaro" de grenzen tusschen edelman en lakei loochenen — voor dien tijd werkelijk bijna zoo reëel als die tusschen God en Mensch — daar hij het menschelijke den waren maatstaf voelt. Zoo streeft in Figaro, zoo goed als in Faust, de persoonlijkheid om tot haar recht te komen, zegevierend over beperkingen. Maar niet op de ,,broederschap", doch op de ,,gelijkheid" ligt voor ,,Figaro" het accent, zijn individualisme is a-moreel en zoo Napoleon terecht over ,,Le Mariage de Figaro" als over de Revolutie ,,en action" heeft gesproken, dan bedoelde hij waarschijnlijk de Revolutie naar het hart van Voltaire, niet die naar het hart van Rousseau, de Girondijnsche, niet de Jacobijnsche Revolutie.

In Figaro leeft de bewustheid van zichzelf, de karakteristieke individualistische redelijke zelfbewustheid, zonder zelfverheffing; zijn superioriteit is de superioriteit der intelligentie, zegevierend over de stupiditeit der anderen, juist als in Uilenspiegel, juist als in Reinaert de Vos. In ,,Figaro" triomfeert de geest van Voltaire — in ,,Ruy Bias" zal die van Rousseau triomfeeren — hier is het de lakei, die door zijn intellect zijn meesters domheid verschalkt — later zal het zijn de lakei, die door zijn zedelijke hoogheid zijn meester beschaamt — doch in beide gevallen : de triomf van de persoonlijkheid boven het maatschappe-lijk-gestelde, het oude dogma!

De gansche moraal van ,,Figaro" — de opheffing der maatschappelijke distinctie, het her-stellen der persoonlijke, (die als redelijke relatie zichzelf weer opheffen kan en zal) de triomfkreet van den bevrijden geest, ligt in deze drie regels van de ,,vaudeville" aan het slot:

,,De vingt rois qu'on encense Le trépas brise 1'autel, Et Voltaire est immortel."

Maar het diepere accent van den tijd, die toch niet meer een volkomen amoreelen Uilenspiegel oortbrengen kon, klinkt in de alleenspraak van de vijfde acte, de bittere klacht van den verdrukten plebejer, waar Beaumarchais zich zoo innig vereenzelvigt met zijn held. Want ging het hem niet inderdaad als zijn grooten geestverwant, was hij niet, zoo goed als de

415

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.