opmerking van Anatole France, als hij ons in ,,Les Dieux ont soif" madame Rochemaure voorstelt, met haar jongen aanbidder achter haar staande, in correcte houding, doch de hand op de leuning van haar stoel. ,,A quoi 1'on pouvait voir que la Révolution était accomplie, car, sous 1'ancien régime, un homme n'eüt jamais, en compagnie, touché seulement du doigt le siège oü se trouvait une dame...
Dit alles moeten we wel in het oog houden, om te beseffen wat „Héloise" beteekendel
Rousseau's heldin heeft als jong meisje een minnaar, maar als getrouwde vrouw blijft ze haar echtgenoot trouw, met dien minnaar dagelijks om zich heen. Een volkomen omkeering van de heerschende moraal. Want dit alles beteekent: de vrije persoonlijkheid behoudt, zoolang ze zich niet uit eigen besluit gebonden heeft, het recht zichzelf te geven aan wien ze wil. Heeft ze zich daarentegen gebonden, zoo blijve ze trouw — niet aan een van buiten af ingesteld ,,sacrament", niet aan een maatschappelijke instelling — maar aan het eigen besluit en woord. Hier spreekt de algemeene zedeleer van het ethisch-geneigde individualisme van den tijd, scherp geformuleerd in Kant's ,,Categorischen Imperatief", waarvan zich ook Schiller imöiers zulk een bewonderend aanhanger heeft getoond. Stel u-zelf de wetten en blijf aan die wetten getrouw.
En ook in deze categorie is vervanging van de collectieve moraal door de persoonlijke zedelijke overweging, op het eerste gezicht zoo redelijk en zoo vervulbaar, in werkelijkheid, als elke herstelling, weer de eerste stap naar de volkomen opheffing, wanneer een verder critisch onderzoek het geoorloofde, het noodzakelijke van ,,echtbreuk" als ,,woordbreuk" in bepaalde gevallen zal hebben aangetoond. Is met het dogma van de onverbrekelijkheid des huwelijks op aan de Kerkleer ontleende gronden eenmaal gebroken, is het huwelijk ,geen sacrament meer, dan staat in redelijkheid geen enkel ding de echtscheiding, noch zelfs de vrije liefde in den weg. De overgang van Rousseau's ,,Nouvelle Héloise" naar Madame De Stael's ,,Delphine" is derhalve een logische stap, die niet uitblijven kon. Steeds is het een redeloos gevoel van ,,betamelijkheid", dat hier of daar de eindstreep stelt, de Rede kent dergelijke eindstrepen niet en voert tot elke consequentie.
398