om te weten, dat Pascal niet bij voorkeur in het ongerijmde gelooft. Van nature immers beroept de mensch zich op het redelijke en aannemelijke — Pascal verwijt dan ook argeloos-weg de filosofie herhaaldelijk haar ,,absurditeit" — en bedient zich daarbij van argumenten, die geenszins ongerijmd zijn. Dat releveert nog Kant, wanneer hij zich in zijn religieus-filosofische geschriften over het mirakelen-geloof uitlaat.
Dit hinken op tweeërlei gedachten, dit meten met tweeërlei maat, dit ontbreken van de poging tot eenheid-van-richtsnoer, d.w.z. het ontbreken van de behoefte daaraan, wijst op een verminderen, een verdwijnen van het Eenheidsbesef, — 't welk in Renaissance en Reformatie zich ook deed gelden als verlangen naar eenheid-van-methode — en op een toenemen van maatschappelijk instinct, 't welk, naar we in onze Inleiding uiteenzetten, altijd met twee maten meet, altijd op twee gedachten hinkt. Nimmer toch mag en zal in den maatschappelijke het rechtsgevoel de beduchtheid voor maatschappelijk ,,nut" en ,,gevaar" voorbijstreven — nimmer zal hij het redelijke en eerlijke consequent bepleiten, als het een ,,gevaar voor de maatschappij" beduidt — daartegen verheft zich een zelfbehoudsinstinct, onweerstaanbaar en drijft hem van de banen der zuivere gedachten in het moeras der valsche subtiliteiten terug. Steeds overheerscht, zooals Spinoza het uitdrukt, onwetens in hem de zucht om de menschen gehoorzaam te maken boven die om de menschen wijd te maken. En, van zijn nood een deugd makend, noemt hij zich dan ,,Christen-filosoof".
We denken aan den heer Van Blijenburg, den braven Dordtenaar, die met Spinoza correspondeeren wilde, tot ,,wederzijdsche leering en stichting" en die begon met Spinoza als zijn ,,methode" uiteen te zetten: dat hij zich altijd liet leiden door de Rede, behalve als de Rede met de Schrift in botsing kwam. Dan legde hij zich bij die ,,Hoogere Waarheid" neer en noemde zich derhalve... Christen-filösoof. Toen Spinoza daarop zachtzinniglijk opmerkte, dat hij na deze opheldering elke poging om elkaar ,,door briefwisseling te onderrichten" hopeloos achtte met het oog op de redeloosheid van den heer Blijenburg, was deze heer zeer gebelgd en beschuldigde Spinoza naar (maatschappelijke) gewoonte van onverdraagzaamheid en van onbeleefdheid. Hij hield zich aan de Schrift, maar wilde
209