vooral niet redeloos heetenl Het is nog immer zoo. Ze zijn Christenen, maar men moet ze niet ,,bekrompen" noemen. Ze willen allen eerbied dien de ,,geloovige" voor zich opeischt en alle eer, waarop de denker recht heeft. Doch Pascal staat veel hooger. "Want hij voelde, wat ,,Christen-filosofen" van bovengemeld slag niet voelen, dat tot het denken eenheid van richtsnoer wordt vereischt en dat men zich niet beurtelings naar believen op ,,Rede" en ,,Openbaring" kan beroepen. Zoo kiest hij dan de Rede tot zijn uitsluitend richtsnoer en hij gelooft niet in het absurde ondanks maar om zijn absurditeit. Hij schuift zijn verstand niet ter zijde, maar zijn verstand onderwerpt zich uit eigen aandrang, uit eigen besluit! In dit ,,om" ligt bet groote, het geniale van Pascal — krachtens dit ,,om" behoort hij tot de moderne wereld. Het krompratend rechtpraten van het mirakuleuze gelijk de Middeleeuwen het deden verwerpt hij, als onnoozel, de ,,methode" der Blijen-burgen verwerpt hij als in redelijkheid onvoegzaam, maar hij maakt met één stouten greep het op zichzelf ongeloofwaardige krachtens die eerlijk erkende ongeloofwaardigheid tot het bij uitstek geloofwaardige! De Humanist heeft aldus (eenigszins) de zuiverheid zijner werkwijze, de Jansenist zijn dierbaarst bezit, zijn geloof, gered.
Hoe weinig er dus ook in de uitwerking van overblijve, dit
Credo quia absurdum" als uitgangspunt is nog onmiskenbaar individualistisch. Geen ander gezag aanvaardt de Rede dan eigen inzicht] De zeventiende eeuw kon het gevaarlijke karakter daarvan niet herkennen, evenmin als ze het gevaarlijke ,,kettersche" karakter van Descartes' filosofie heeft gezien: het maatschappelijk instinct richt zich immers op de beoordeeling van conclusies, niet van overwegingen, van daden, niet van motieven. Noch Pascal, noch Descartes waren ,,epicuristen' ' of libertijnen, beiden zeer vijandig tegen den sceptischen geest van Gassendi gekant — hun ,,credo" werd voldoende geacht-en pas een later geslacht, critisch, sceptisch, scherp-onder-scheidend zou zich triomfantelijkop het,,quia absurdum" werpen.
Doch wij voor ons zien duidelijk een der vele lijnen die Reformatie met Revolutie verbindt over Pascal naar Descartes loopen, waar we trouwens weten dat diens leer juist onder de Jansenisten zooveel aanhang vond!
210