Prometheus

Titel
Prometheus

Jaar
1919

Druk
1946

Overig
2ed 1946

Pagina's
624



eenigbaarheid van redelijk oordeel en mirakelengeloof in het licht te stellen.

In zijn hoofdstuk ,,Soumission et usage de la raison" vindt men een aantal van die geestelijke acrobaten-toeren bijeen en de hedendaagsche lezer voelt zich — niet alleen daar, maar voortdurend — geslingerd tusschen de bewondering voor Pascals scherpzinnigheid, zijn hooge zedelijke bedoelingen, zijn ernst en zijn vaak meesleepend echt heilig vuur, — en een verbazing om de onnoozele stumperigheid van zijn ,,bewijsvoeringen", de egocentrische stupiditeit van zijn ,,Christelijke" zelfverheffing, die elk ander systeem, elk ander geloof in drie regels ,,weerlegt", zichzelf gelukkig, goed, begenadigd prijzend boven de gansche wereld. ,,Nul n'est heureux comme un vrai Chrétien, ni raisonnable, ni vertueux, ni aimable." Geen poging meer tot verzoenend, opheffend begrijpen, zooals eenmaal Philo het beproefde, zooals later de Renaissance het wilde, zooals de 18e eeuw het weer zal willen; onverbrekelijk staat daar weer de dogmatieke distinctie tusschen ,,eigen" en ,,vreemd", ,,uitverkorene" en ,,verdoemde" — de kunstmatige distinctie, die opnieuw de eenige realiteit is en waarvan het stellen en behouden de afzonderlijke verschijningsvormen van de Eenheid handhaaft in hun afzonderlijkheid, de Eenheid in de zelfvergetelheid, die de zelf-opheffing keert.

De hedendaagsche lezer moet bij Pascals ,,Pensées" een gevoel krijgen als beleefde hij een tragedie: de tragedie van het tegen zich-zelf gekeerde Absolute — worstelend om zelfbehoud tegen eigen zelf-bezinning.

De Rede leidt tot twijfel. Maar de twijfel belet het geloof. En het geloof is een bedreiging aan ons eeuwig heil. Moeten we dus altijd alles gelooven? Maar ons oordeel dan, en ons verstand? „La pensée de 1'homme est une chose admirable." Vele „geloofswaarheden" schijnen voor dat oordeel absurd. Moeten we ze dan verwerpen ? Een innerlijk instinct, evenzeer onweerstaanbaar als onverklaarbaar, richt zich overeind en weert zich wanhopig tegen die conclusie. Het is de Levenswil, het dogmatisme, de vijand van de opheffende Intelligentie —; twee doodsvijanden in één kooi opgesloten en aan den mensch de taak, voor den mensch de noodzakelijkheid, ze te verzoenen, daar hij anders niet leven kan, en daar hij leven moet, dus leven

206

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.