,,La dernière démarche de la raison, c'est de connaïtre qu'il y a une infinité des choses qui la surpassent".
Dit had ook de Renaissance wel geweten en zich derhalve met zoeken en twijfelen, combineeren en speculeeren vergenoegd, zooals het daarvoor de Grieken hadden gedaan, tevreden in die taak.ondanks het besef dat er altijd vele dingen onopgehelderd zullen blijven. Ook de achttiende eeuw zal zich daarmee weer weten tevreden te stellen, en zelfs bij monde van Lessing, het zoeken nadrukkelijk boven het weten kiezen, doch voor Pascal was deze redelijke berusting niet weggelegd. In hem overheerschte der Eenheid ,,Levenswil" en hield de Intelligentie, die Doodsbestreving is, in dienstbaarheid.
Op elke bladzijde van Pascal's ,,Pensées" spreekt die horreur, die angst voor de open vraag, voor den twijfel, en in zijn hoofdstuk ,,Marques de la véritable Religion" prijst hij dan ook de ,,Religion Chrétienne" boven alle gelooven en natuurlijk boven alle filosofieën omdat ze op elke vraag, in elke kwestie een beslissend uitsluitsel geeft 1 Het doet er niet toe, of dat uitsluitsel absurd is, hij erkent het gaarne, als het maar een vraag beantwoordt, als het maar van een twijfel ontheft. ,,Certainement" — zegt hij over de Erfzonde — ,,rien ne nous heurte plus rudement que cette doctrine. Et cependant, sans ce mystère le plus incompréhensible de tous, nous sommes incompréhensibles a nous mêmes."
Namelijk de mengeling van ,,goed" en „kwaad" is onze natuur. Dat reeds het dualisme beter antwoord geeft en de (pantheïstische) redelijkheid een afdoend „nothing is either good or bad, but thinking makes it so" kan hier buiten beschouwing blijven. Pascal was krachtens zijn aard monotheïst (d.i. monarchist), zijn maatschappelijk instinct kon nooit een gelijkwaardigen tegenstander van den Pantokraat, noch een aanvaarden van ,,Zonde" als bloote relatie admitteeren. Stelligheid wilde hij tot allen prijs, antwoord op elke vraag, definitief, tot zijn altijddurende rust en tot zijn eeuwig heil. Deze stelligheidsbehoefte moest zich met de Rede verzoenen, en daar de Intelligentie, eenmaal dienstbaar, ook nimmer in gebreke blijft, bleef, of zal blijven om datgene te bewijzen, wat het hart bij voorbaat belijdt, omdat het belijden moet, zoo ontbrak het ook Pascal niet aan argumenten om de volkomen ver-
205