zaaien, in welke gevallen het heerschend vorstenhuis gedood, dan wel verbannen moet worden, wanneer men moet om-koopen en wanneer men moet vleien, wanneer dreigen en wanneer overreden, wat het nut is van partijtwisten in overwonnen gebieden en op welke wijze de veroveraar ze het best aanwakkeren en in stand houden kan — kortom, de raadgevingen, die schoon onuitgesproken nog steeds den grondslag uitmaken van wat men ״hoogere diplomatie" pleegt te noemen, van de koloniale en Europeesche politiek der machthebbende mogendheden, met dit verschil, dat de Renaissance-tyran — Macchiavelli's boek is aan Lorenzo de Medici opgedragen — deed wat hij deed zonder de Schrift in de hand en den mond vol zedelijk vertoon, zonder de hedendaagsche sprookjes van ״Heerscherdeugden" en ״Heerschersverantwoordelijkheid", ook waar de heerschers op het best noch iets ten goede, noch iets ten kwade uitrichten kan en meedrijven moet met de toevallig bovendrijvende partij.
In dit spel van kracht en tegenkracht kon elk zich opwerpen tot tyran, maar ook tot tyrannen-belager en tyrannen-moor-denaar — en ofschoon men den tyran soms bewonderde, altijd vreesde en vaak benijdde — vele sympathieën waren bij den tyrannen-moordenaar. In elk geval was het pompeuze woord ״Koningsmoorder" in zijn geëxalteerde beteekenis, welke samenhangt met het dogma van de goddelijkheid des konings van vroegere en latere eeuwen, dien ganschen tijd vreemd. Toen Lorenzo de Medici in 1478 de deelhebbers aan de Pazzi-samenzwering, — waaronder een bisschop in vol ornaat — buiten de vensters van hun eigen paleis liet ophangen, was dat eenvoudig de daad van een realist, van een man, die weet dat hij ״hamer of aanbeeld" moet zijn, die vastberaden en koel-zinnig handhaaft wat hij bezit, maar die zich niet inbeeldt, dat hij de ״onverlaten", die zich aan zijn goddelijke persoon vergrepen hebben, hun ״gerechte straf" doet ondergaan. De krachtige individualist kent zijn eigen methoden en zijn eigen wegen en weet dat ze precies als die der anderen zijn. Hij heeft de fictie van zijn ,,goddelijkheid" niet noodig om zich te handhaven. Zijn Recht is het uitgesproken Recht van den Sterkste.
De inbeelding van eigen ״goddelijkheid" — algemeen, naar
183