is, dan is Plato, de hoogvereerde, de hoogverhevene, precies evenzeer en om precies dezelfde reden cynisch. Macchia-velli zegt: wie macht wil hebben, moet liegen en dwingen, mag nimmer zich om Recht bekreunen. En Plato zegt over den Rechtvaardige, over hem, ,,die niet braaf schijnen, maar braaf wezen wil" (juist de woorden, die Macchiavelli bezigt) ,,dat men hem zal geeselen, folteren, boeien, de oogen uitbranden en ten leste, na alle mogelijke rampen, kruisigen". Het is de bekende passage uit den Gorgais, waarin egocentrische kleingeestigheid, die steeds op iedermans stal zijn eigen stokpaard terugvindt, een „voorspelling van Christus' komst" heeft gezien, maar die op eiken waren rechtvaardige, in elke maatschappij, van toepassing is — iets dat natuurlijk nimmer door de geleerde steunpilaren van eenige collectiviteit kan worden gevoeld of toegegeven.
Het is wellicht juist om dat heldere inzicht in de werkelijkheid, dit ontbreken van goedkoop, maatschappelijk ,,idealisme", dat Plato door Shaw zeer eigenaardiglijk een realist wordt genoemd, in verband met Ibsen (in „The Quintessence of Ibsenisme") dien hij ook een „realist" heet, tegenover de maatschappelijke „idealisten" naar spectatorialen trant. Zij die gewoon zijn, zich bij de gebruikelijke, buitengemeen enge opvatting van „realisme" neer te leggen, zullen waarschijnlijk wel volstaan met Shaw's opvatting als „paradoxaal" ter zijde te schuiven — zoo is men het spoedigst gereed — maar het komt ons voor, dat Shaw hier weer het volkomen juiste inzicht toont: „If the term realist is objected to on account of some of its modern associations, I can only recommend you, if you must associate it with something else than my own description of its meaning to associate it, not with Zola and Maupassant, but with Plato".
Ditzelfde „Platonische" realisme bedoelen we, als we spreken over Renaissance-realisme en achttiende-eeuwsch-realisme na en tegenover de collectieve verblindingen en begripsverwarringen, de collectieve „idealen" en collectieve exalaties van de zeventiende eeuw en de Middeleeuwen.
Het is hetzelfde „realisme", waarmee in het Evangelie de Oude Wet als ontoereikend en onvoldoende wordt herkend en aangetoond — hetzelfde „realisme" waarvan Spinoza de
181