dan weer aan (onverklaarbare en onverklaarde) menschelijke boosheid en moedwil worden toegeschreven en het gansche wereldbestel komt op de losse schroeven van het grilligste toeval te staan. En dezelfde lieden die zoo redeneeren, hebben meestal den mond het volst van den ,,Almachtigen God".
Het ontstaan van individualistische oppositie en het vervallen van een collectiviteit zijn twee gelijktijdig optredende, naast elkaar en onafhankelijk van elkaar werkende symptomen van der Eenheid opkomenden drang naar zelfherkenning en ' zelfopheffing.
Wanneer we zeggen, dat een collectiviteit in verval verkeert, dan wil dit zeggen, dat haar steunpilaren niet meer in haar en in de heiligheid van hare instellingen gelooven, dat ze niet meer zijn „oprecht idealist in dienst van hun eigen brandkast", maar dat ze geen andere bekommering hebben dan die brandkast en zich van de oude, idealistische formules, koelbloedig of stupide bedienen als leuzen en machtspreuken. In zooverre dit op een toegenomen onderscheidingsvermogen wijst, beduidt het hun deel aan de algemeene toeneming van onderscheidingsvermogen als klimmende zelfonderscheiding der Eenheid — maar het beduidt ook, dat ze zedelijk de minderen zijn van de oude „steunpilaren". Ze vormen in hun tijd de achterhoede der menschheid, waar dezen de voorhoede vormden; de „idealen" die ze dienen zijn van die voorhoede naar die achterhoede afgezakt. Waar die „slechte verdediging" krachtens het naar alle zijden werkende proces der Eenheid, juist tezamen valt met het oogenblik, waarop de sloopers tot hun volle kracht gewassen zijn, zullen deze, eigen wezen voortdurend aan het gehate maatschappelijk wezen door contrastgevoel bekrachtigend, licht genoeg triomfeeren.
Doch hoe voos en vervallen zulk een collectiviteit ook zij, en hoe onverbiddelijk ten doode opgeschreven — daar de Eenheid immers de critische oppositie produceerde, om daarin tot zelfherkenning te komen — haar materieele macht, resultaat van het zelfbehoudsinstinct harer steunpilaren, blijft langen tijd ongebroken. Een generatie van her-stellers, verwerkelijkers van het eerste moment in het proces der zelfherkenning zal dus altijd een generatie van martelaars moeten wezen. Moeten is kunnen, is willen; noodzakelijkheid zet zich om in lust, in en
93