er de zin van — de dogmatieke distincties tusschen ,,goed" en ,,kwaad", ,,schuld" en ,,onschuld", ,,edel" en ,,onedel", dienst doende als belooningen en straffen in de uitoefening van uniforme tucht en orde gehandhaafd — bij den individualistischen maatstaf verdwijnen deze, zoo goed als andere maatschappelijke distincties, om te worden vervangen door andere, op de redelijkheid gebaseerde — voor elk denkend wezen dus andere — en ten slotte toch weer in de Eenheid opgaande (ondergaande) onderscheidingen.
Het is noodzakelijk — en daarom zien we het dan ook prompt geschieden — dat oude heeren als de heer James Forsyte in Galsworthy's ,,Man of Property", wanneer ze, na van de warmte en het wachten binnenshuis in slaap te zijn gevallen, buiten komen en bemerken dat hun even oude koetsier van het wachten in de warmte op den bok in slaap is gevallen, dezen zonder aarzeling een hartig standje toedienen. Wat werd er van de zaken (het bestaan) van den heer Forsyte en wat werd er van de maatschappij, als de Forsyte's niet meer van anderen eischten, dan waartoe ze zelf in staat zijn?
Mevrouw Forsyte moet zich, zonder schijnheiligheid, gevoelvol kunnen beklagen over de dienstboden, die zoo weinig hart voor hun meesters hebben — er zijn vele mevrouwen Forsyte! — terwijl ze zich natuurlijk in het minst niet aan hen Iaat gelegen liggen, hen — uit ,,beginsel", gelijk vanzelf spreekt — de deur uit zet wanneer ze iets onbehoorlijks hebben gedaan, en het ,,sentimental stuff" zou vinden, hen te houden als ze niet meer deugden voor hun werk.
De Forsyte's zijn de steunpilaren van de maatschappij — Galsworthy berekende dat negentig procent van zijn land-genooten ,,Forsyte" heeten en dat dit het geheim van hun ,,geestkracht" is. Hoe lager Forsyte-percentage, hoe minder geestkracht. Zonder Forsyte's gaat een maatschappij te gronde — zij zijn het die de uniformiteit en hare distincties hooghouden en eeren, alles zoekend wat hen van anderen onderscheidt op het stuk van fatsoen en eerbaarheid, mitsgaders rijkdom, aanzien, positie — alles hatend wat ,,excentriek" is. Zij ook houden het familie-gevoel in eere — naar buiten eensgezind en daardoor sterk, onderling elkaar beloerend en benijdend om een kostbaarder juweel, een grooter huis,
83