en ham had ze óók al gegeten, lekker, en op 'n Sjabbes-middag had Lizzie haar in de veranda borduren geleerd! Vader had 't moeten weten, maar vader wist het fijntjes niet!
Hè, die Jozef, hij was toch eigenlijk best af. In Amsterdam zou hij wel doen wat-ie wou, en eten wat-ie wou. Ja, hij zou gek wezen! Hoe graag had ze zelf in Amsterdam gewoond, maar dan alleen, en rijk, of beter nog, getrouwd met een rijken man....
Een prettig leventje, dat zij nu krijgen zou. Moeders meid. 't Stond haar al tegen, vóór 't begonnen was.
XVIII
De eerste Rousj-Hasjono die Jozef, zes weken na zijn vertrek, weer in het gezin zou doorbrengen, werd door allemaal met groote vreugde verbeid. Moeder had een bijzondere zorg besteed aan het traditioneele maal van schapenvleesch en gestoofde zoete appels, en vader was des morgens vroeg naar Amsterdam gegaan en had een schat van geurige herfstvruchten mee naar huis gebracht.
Het was een lauwe, windstille dag van eind September. 't Welkend iepenloof hing roerloos aan de forsche takken, de milde herfstzon baadde het voor 't laatst in zachten gloed. De hemel was klaar en diep blauw; omhoog dreef statig een zware, blinkendwitte wolk.
Herfst-geur van rijpe vruchten en welkend loof hing in de lucht, die koel was en opwekkend als fijne wijn. Het was een gezegend vruchten jaar, 't smalle toonvenster van het buurtsche groentewinkeltje, gewoonlijk schraal en schamel voorzien, prijkte nu met een optasting van dauwige blauwe druiven, hoog op een gebloemden aarden schotel, en groote meloenen,
93