schijn-nederig en zelfs niet meer dan schijn-dankbaar en zonder dat ze voor die rijke dame, die haar mooie kleeren gaf en liet rijden in een rijtuig en liet spelen in een bloementuin, iets anders voelde dan altijd dezelfde felle jaloerschheid. Ze had willen beschikken als eigenares over alles waarvan ze nu het minste en schamelste deel kreeg.
Maar op de buurt geurde ze met haar weelderige jurken, fijne gewaadjes van dunne mousselien en teere schuimachtige kantjes, en winterjurken van zacht fluweel en soepel laken, en thuis gewenden ze er ten slotte aan, haar in die dracht aan tafel te zien. In den beginne had het strubbeling gegeven, met vader en moeder allebei, dat ze kleeren aannam van rijke Gojim, die bij alles nog een slechten naam hadden ook. Maar van dat moeder ziek was geworden en haar ziekte vaders aandacht en vaders zorg in beslag nam, ging het kind haar eigen gang, meer en meer zich vervreemdend van haar gezin en van de buurt, waarin ze leefde. Nu de winkel goed ging, hun nering niet meer direct afhankelijk was van de goede gunst der buren, durfde ze de buurtkinderen vrijuit negeeren. Die zagen benijdend naar haar op, om haar omgaan met Lizzie Naumann en om de fraaie kleeren, die ze droeg. Soms merkten ze haar in den tuin, waar ze speelde met Lizzie rondom de sprankelende fontein en dan keek ze met een spotlachje en zonder groet hen aan. Ze genoot fel, omdat ze dit doen kon, maar dat was dan ook haar eenige zuivere genot. Nu ze binnen het hek was, knaagde in haar even scherp de jaloerschheid als tevoren, toen ze er buiten stond, en ze wist, dat ze niet voldaan zou wezen, vóór ze zou bezitten — en anderen weigeren kon — alles, waarvoor ze nu in lieve erkentelijkheid te danken had.
Jozefs vertrek kwam haar zéér ongelegen, en zwijgend, met een ontevreden gezicht, zat ze erbij, terwijl alles daarvoor werd beraamd en besproken. Ze voor
89