eenzelvig gebleven, had er niet veel last van, maar de moeder verdroot het, hoewel ze 't had gevreesd. Haar laatste verwachting, door middel van het wèl-opgevoede dochtertje ten slotte aanraking te krijgen met de deftige families, zag ze vernietigd.
't Nieuwe leven viel haar tegen over de heele lijn. Naumann, geen raad wetend met z'n vrijen tijd, trok avond aan avond naar Amsterdam, laat daarvandaan weerkeerend. En wat haar in hun vroegere verhouding geenszins gehinderd had, begon ze nu ondanks zichzelf als een krenking te gevoelen, waartegen ze toch niets durfde zeggen, omdat ze Naumann had beloofd hem vrij te laten. Hij werd ook wel al lastiger, prikkelbaarder, zonder dat. Al uitte hij 't niet, 't hinderde hem geweldig, dat iedereen de deur toe-hield voor hem en z'n vrouw en dat de kinderen zijn dochtertje vermeden.
Wat had hij eigenlijk nog aan z'n leven? Een oude vrouw en met niemand omgang! 'n Beetje plezier maken, waarvoor hij tenminste de duiten had, en zijn oude bittervrinden opzoeken, dat was wel zoowat 't eenige, dat hem overschoot, 't Hinderde hem, dat hij uit z'n zaken was gegaan, wat had-ie daar eigenlijk bij gewonnen, zoo'n jonge kerel als hij moest niet rentenieren — en hij zon voortdurend op ander werk, dat hem wat om handen zou geven en een nog veel-vuldiger verblijf in Amsterdam rechtvaardigen. Z'n vrouw moest dan maar zien, hoe ze zich redde, 't Was haar schuld immers, dat ze nergens in tel waren. Hij kon waarachtig met z'n familie voor den dag komen! Elsa zag overigens zonder bekommernis, want zonder vrees voor de toekomst, nu ze eenmaal getrouwd waren, haar man voortdurend meer van zich vervreemden; maar de verveling van lange, eenzame dagen, waarin geen winkelen of taartjes-eten nu meer afwisseling bracht, drukte loodzwaar op haar neer. Uren aaneen zat ze voor het raam aan de straat, zag
82