prik op de Nieuwmarkt hadden ingekocht en met een flink winstje van de hand deden. Vader prees hem herhaaldelijk en liet hem in veel dingen de vrije hand. Hij-zelf had nooit heel veel ambitie gehad voor de zaak, had alleen ingekocht wat ze hem aansmeerden in de magazijnen, altijd het zelfde en niet anders dan wat iedereen verkocht. Jozef zorgde, dat er iets nieuws in de etalage stond, iets dat de aandacht trok; op zijn aandringen hadden ze een paar wassen poppen aangekocht, waren in goedkoope kinder-confectie gaan handelen.
Het ging best, en Jozef steeg in vaders aanzien en in dat van de zusjes, nu hij geld inbracht.
Maar hij bleef de bescheiden jongen, met alles tevreden, altijd in zijn humeur, altijd klaar om z'n moeder te helpen in 't huishouden, als de winkel hem vrijliet — Esther was onhandig en onwillig. Met z'n vader ging Jozef trouw naar Sjoel, waar hij, sinds z'n Barmitswo, voor ״minjan" telde. Hij droeg nu steeds een lange broek, en vest en boord als een man. Op Sjabbes had hij een rond zwart hoedje op en leek dan veel ouder dan z'n leeftijd; ook de groote-man-nen-manieren en uitdrukkingen, die hij zich aanwende in den omgang met de winkelklanten, deden hem haast een volwassene schijnen.
XVI
Dien zomer gebeurde voor Esther het verrukkelijke, van in het nieuwe huis te worden binnengeroepen.
De menschen die het hadden laten bouwen en daarna betrokken, waren rijke vreemden, van Duitsche afkomst. Jaren geleden had zich de fabrikant Naumann in Amsterdam gevestigd en er, héél jong man nog, kennis gemaakt met de veel oudere vrouw, met wie hij nog m|aar kort was getrouwd. Hij had haar
79