de rare boodschap. Langzaam, tergend-langzaam voor zenuwachtige Debora, bracht hij de twee velletjes, het groote en het kleine envelop te voorschijn.
״Mag 'k effetjes... . effetjes maar, een paar woorden?"
Haar beenen gloeiden onder haar, als van heet water bij vlagen overstroomd.
Weerzinnig, wantrouwig-mopperend ruimde oude Feeke een plek vervelooze toonbank leeg.
Debora bukte zich eroverheen, staande schreef ze, snel en zenuwachtig:
„Mijnheer, als Roosje bij U is, doet U mijn plezier, en geef U haar dit briefje."
Op het blaadje voor Roosje stond alleen: „Denk aan Seideravond, Roos! Debora."
Haar handen sidderden onder 't geniepig toekijken van den ouden doove, haar armen schokten stuiperig, met moeite kreeg ze de couverts in elkaar geschoven. Haar van 't steunloos schrijven afgelamde arm krabbelde nog den naam op 't buitenste, toen, met snellen, onbeantwoorden groet weg naar den bezorger.
Die zei alleen een lakoniek „jewèl juffrouw" op haar bescheiden aandringen op spoedige bezorging. Erg aandringen durfde ze niet, de „goj" mocht niets vermoeden!
„Dadelijk dan? Daar, daar hê-je drie stuivers."
„Jewèl juffrouw," zei de man weer, lei den brief naast 't bord, waarvan-ie boterhammen at, heelemaal niet geloovend, dat er haast bij was en niet van zins, er de eerste paar uur op uit te gaan.
LV
Pas in den laten middag kwam de oude vader tot het besef, dat Roosje niet thuis was. Hij had het in den morgen druk gehad, hij had op de voorgeschre
33 2