kelend lalden hun lachstemmen de vergeten, in de verten van hun geheugen nog maar vaaggeruchtende woorden.... Het was een hoonende nabootsing van het heffend opdragen van den Seiderschotel.
Het bloed vloog Daniël naar het hoofd. Temidden van het bulderend gelach — meer handen hadden toegegrepen, de taartjes waren over de tafel gerold, er werd geroepen om ״garouses" en om „sjëorjero-kous" — klemde hij z'n vuisten in elkaar, met het gevoel of hier zijn eigen vader laf werd beleedigd en hij dien wreken moest.
Plotseling keek hij naar Jozef en Jozef naar hem. Hij zag z'n broer in een strak, doodsbleek gezicht, de oogen zoo innig-droevig en berouwvol op hem gericht, dat Daniël een vlijmend medelijden voelde, omdat Rebecca zoo luid lachte, omdat Rebecca zoo pappig en zoo ouwelijk werd en zoo innig zat naast Saar.
Ze keken mekaar in de oogen, radend beiden mekaars gedachten, de gedachten aan Vader, aan het dorp, aan de oude Seider-avonden in het verloren tehuis ....
Terwijl het gelach rondom bedaarde, verstierf in hikjes, nog even nerveus opstuipte, nam Daniël vluchtig, vrijwel ongemerkt afscheid. Zijn broer knikte hij maar toe uit de verte.
Lil
Die zelfde dag, het was een koele, wat onstuimige voorjaarsdag, had in den namiddag Roosje een vreeslijke ontsteltenis gebracht.
Ze had, na het schielijke middageten, vader slapend gelaten achter de kachel en was, na de gewone werkjes van kamer-opruimen en vaatwerk-omwas-schen gauw naar boven gegaan om zich te kleeden voor uitgaan.
Rudi zou haar tegen tweeën wachten, ze zouden
'311