harden dwang, tegen z'n zielloos potjes-en-pannetjes-gevit, zou er zich misschien openlijk tegen hebben verzet, en zeker in stilte overtreden wat ze kon, als ze niet diep in zich had bewaard de herinnering aan het betere, het echt-heilige, het levende, uit moeders tijd.... en den diepen eerbied voor moeders nagedachtenis. Dus deed ze, vriendelijk, stil en toegewijd, hare verplichtingen, zonder veel nadenken zonder morren maar met in zich altijd en altijd het droeve gevoel om het liefde-leege van haar bestaan.
XI
Chanoeka had zich ingezet met bulderenden wind en overmatigen regen. In vroeger jaren had Roosje een onstuimig Chanoeka-feest heerlijk gevonden, om de tegenstelling tusschen het duistere, sombere buiten — kil van regen en ruwaardig van wind — en het lichte, het warme en feestelijke binnen in huis. Want Chanoeka mocht geen echte Jomtof zijn in gods-dienstigen zin, omdat ieder gedurende die acht dagen z'n gewone werk mocht verrichten en er geen bijzondere voorschriften vielen in acht te nemen, — het was, juist om z'n gewone huiselijkheid toch gewijd door vroom gebruik, de tijd van kinderpret bij uitnemendheid. Acht dagen duurde het half-feest der herdenking aan het wonderlijke onuitputtelijke oliekruikje, waarmede eens de heldhaftige Maccabeeën acht dagen lang hun tempellamp brandende hadden gehouden, 't Werd gevierd met het ontsteken van den Chanoeka-wijzer, een platte koperen lamp, die ieder jaar voor z'n blije bestemming werd opgeblonken als goud. Bloemranken, diep-gedreven in het glanzend metaal, versierden het aan weerszijden en Davids Schild prijkte in het midden.
Daaronder was plaats voor acht bakjes, gevuld
239