Daniël antwoordde niet, z'n geheven blik zonk plotseling neer. Diep in zich voelde hij een huiver om die ontzettende woorden en tegelijk een felle vrees voor iets, wat hij nog niet voorzien, nog niet bedacht had, dat zijn gramvolle vader hem vloeken zou.
Maar een klank leidde af, een smartelijke schrei van Roosje, die uitgeput, dit niet meer dragen kon en zenuwgillend haar hoofd met een slag neerbonkte op de lage kast.
Jozef sprong op, z'n goedig gezicht grauw bleek en gram.
״Jouw schuld.... jouw schuld.... allemaal jouw schuld." Zwaar vielen de snauwen op Daniël neer, en hij had het gevoel, in zijn hoofd, door zijn leden, of hij nu werkelijk gesteenigd werd, door z'n heel gezin tezamen.
Jozef was al bij z'n zusje en de vader die even nog verwezen had staan kijken voor zich uit, richtte zich nu ook op. Z'n hand wees naar de deur, de hortende woorden wrongen zich moeizaam uit z'n schorre keel:
״Vort jij.... vort jij----wèg.... en nóóit meer
in mijn huis terug."
Uit de lamplichte kamer, waar in vredigen schijn de tafel stond met het noodende Verzoen-maal, ging haastig de jongen langs zijn bevenden vader en diens dreigenden, geheven arm, voort, het duister en de onzekerheid tegemoet.
XXX.
Er zou een groote Poeriem-partij wezen bij Oom Manuel en tante Lena aan huis. Uit de bovenwoning in de nieuwe stad, Lena's voormalige glorie, waren ze juist vertrokken naar een grooter huis, op haar aandringen. De meisjes stookten en porden eigenlijk
178