kwam uit de keuken te hooren. Buiten ruischte de regen.
De oude stond op, trok z'n pet over den kop en ging er met onzekere slobber stappen vandoor. Z'n zolen kraakten over den zandbestrooiden vloer. Achter hem viel de deur met doffen slag toe.
״Dus volgens jou zou 't Jodendom herzien moeten worden?" vroeg Frikkers, zich weer wendend tot Daan.
״Och, dat weet 'k niet. Ik kom alleen op tegen 't overschatten van dingen, die geen innerlijke waarde hebben. Ze veroordeelen mekaar om 't overtreden van voorschriften zonder eenigen moreelen ondergrond. Spijswetten en al die dingen meer, die hébben immers geen moreelen ondergrond. Die steunen nergens op. Volksgezondheid is een mooi ding en Mozes was een wijs man, dat z'n onhandelbaar volkje bang maakte met God, die dit zou bestraffen en die dat zou bestraffen, maar dat zijn toch geen dingen, waar je mekaar nu nog leelijk om aankijkt als je er niet meer aan hecht!"
״Jawel," zei Dries Bieker, ״maar de Joden zelf, die vinden toch, dat 't Jodendom daarmee staat of valt."
״Daar komt-ie immers juist tegen op!"
״Natuurlijk!" zei Daniël heftig, ״dat's juist de fout! Vraag een niet-Jood, wat hij onder een Jood verstaat, dan zegt-ie of zou moeten zeggen: een Jood is een Hollander, die geen spek eet. Üit. Waar of niet? En weten de Joden er zelf iets meer van? Ach wei-nee! Hebben ze nog een krummel wat je noemt nationaal benul? Ach wei-nee! Ze krijgen van der jeugd af geen steun, geen grond onder de voeten, geen Joodsch beginsel om aan vast te houën, en daarom zie je ze allemaal twee kanten uitgaan; de onverschillige lui, die geen gevoel hebben, die worden zoogenaamd vrij en die blijven alleen Jood in hun uiter
127