En gouden ringen, en gouden, zware horlogeketting, ja, hij was stellig schatrijk! Maar hoe oud wel? De jonge student, die met Lizzie praatte en haar neef was, kon niet ouder dan drie-en-twintig wezen. Hij zag er echter aanmerkelijk minder deftig uit met z'n eenvoudig grijs pakje en losse das. Met dien moest Lizzie zeker trouwen! Even was ze toch wel jaloersch. Ze wist zich met beslistheid mooier dan Lizzie en als zij geen Jodin was geweest, wie weet.... Maar wat deed het er toe: de oude heer was ongetwijfeld de rijkste en dat bleef hoofdzaak. Rijk zijn! Even doortintelde haar een warme huivering om de voorgevoelde weelde. Een mooi huis hebben, meiden com-mandeeren, altijd dure, fijne bloemen in den tuin, een bordes met steenen leeuwen en kolommen, misschien wel een springfontein! Benijd worden door wie haar 's zomersavonds zouden zien zitten theedrinken in den tuin, dicht aan den weg, door wie haar zouden zien uitgaan in haar rijtuig met een flu-weelen japon en groote pakken chocola om onderweg van te smullen.
Maar, vreemd, dan zou die oude, onbekende heer, die daar aanhoudend lachte met mevrouw Naumann — wat was zijn mond toch ingevallen onder den grijzen snor! — die man zou dan haar man wezen, precies, wat vader van moeder was.
En altijd zouden ze samen zijn, in huis, in het rijtuig, op visites en als ze op reis gingen ook, wonen in de chique hotels, waar alles zoo schrikkelijk duur en deftig moest wezen, zooals haar mevrouw Naumann zoo vaak had verteld. In Parijs, Londen, Karlsbad en Rome. Het duizelde haar van weelde en van angst. Van angst om de voortdurende nabijheid van dien lachenden ouden heer, die wel héél chic was en ongetwijfeld schatrijk.... maar wat zou ze alle dagen tegen hem moeten zeggen? Maar stil...., wie trouwde, kreeg kinderen. Als zij trouwde zou ze ook
114