rijden in haar rijtuig op gummi-wielen en gaf haar geen kleeren. Als ze goed bleef, kon ze volop van alles krijgen!
Ze zette haar zwierigen, zwaar-bepluimden hoed op, nam haar parasol en ging naar beneden. Met haar zij-gevoerden rok, haar fijnen, lichten mantel en pluimenhoed kwam ze den half duister en winkel bin-nenruischen, na vooraf geloerd te hebben of er geen klanten waren. Dan wachtte ze liever. Maar er was niemand. Moos Meijer stond in z'n eentje te rekenen achter de toonbank. Een stapeltje blauwe jongensbroeken lag naast hem. Hij richtte het hoofd op en keek naar Esther met een gloeienden blos ineens op z'n bleek gezicht.
״Waar ga je naar toe?"
״Gaat 't jou an?" bitste ze.
״Wat ben je prachtig zeg!" zei de jongen.
Even was Esther gevleid om de klaarblijkelijke bewondering in z'n plotseling gedempte stem. Die was verliefd op haar, nou! Maar ze zou 'm! Zonder groeten liep ze den winkel uit.
Op 't buurtje riepen ze haar ״kale madam" achterna en ״opschepster" en natuurlijk ״Jodin" en ״smau-sekind". Maar daar was ze allang boven verheven, vond ze. 't Was immers allemaal jaloerschheid van ze.
Doch toen twee jongens jouwden van ״Kaik die meid van Lehren, met 'r gebedeld goed", toen vloog haar 't bloed naar 't hoofd. Maar een driftig antwoord hield ze binnen en als een dame stapte ze verder.
't Was in 't midden van October, een koele dag van wind en wat zonneschijn tusschen regenbuien in. Bij de Naumann's stond de tuin in kleurigen herfst-bloei, er was nog overvloed van late rozen en dalia's en veeltintige chrysanten, 't Rozenloof langs de veranda was vervreten door de insecten en had een
112