winkel, waaruit Lehren al had geroepen waar hij bleef. Daniël ging nu naar boven, naar zijn moeder. Zij zat, toen hij binnenkwam, rechtop in haar bed, hoogrood haar gezicht en druk betoogend tegen Esther, die met een zuur gezicht redderde in de kamer.
Met haar nagenoeg langen rok, waarover ze een wijd huishoudschort droeg en met haar hooggekapte en met strikken getooide haren zag ze er heel wat ouder uit dan vijftien jaar. Ze scheen wel volwassen in haar manieren, en noch haar lichaamsvormen, noch de trekken van het matbleeke gezicht, waarin nu hard en koud de grijsbruine oogen stonden, hadden iets kinderlijks meer.
״Ik doe het niet," zei de moeder, ״ik ga er niet om liegen."
״Wat is er, zeg?" vroeg Daniël, na een blik op moeder, toornig z'n zuster aankijkend.
Die keerde zich zonder antwoord af met een onverschilligen schouderschok.
״Ben jij het Daan?" Afgemat viel de moeder op haar kussen terug, snel trok de roode kleur weg van het vermagerde gezicht.
״Ja, wat is er?"
״Esther wou weer uit, wou gaan eten bij de Nau-mann's. Dat kind is jarig. Maar hoe kan ik dat nou toestaan, hoe kan ik er om liegen tegen vader?" Haar stem versmoorde in klagelijk half-schreien.
״U zou kunnen zeggen, dat ik naar Amsterdam ben," bitste Esther, zich omwendend, ״er moet toch een pakje naar Jozef. Waarom kan u niet zeggen, dat ik 't wegbreng en eten blijf bij tante Lena? Dan stuur ik het weg en dan betaal ik de vracht."
״Heb jij zooveel centen?" schamperde Daan.
״Ja, ik heb centen.... een heeleboel centen, meer centen dan jij!" hapte, tuk op ruzie, het kind onmiddellijk toe.
״Vader wou immers zelf het pakje brengen, hij
105