Een coquette vrouw

Titel
Een coquette vrouw

Jaar
1915

Druk
1916

Overig
2ed 1916

Pagina's
262



De klok sloeg twaalf —. Ina schrok op en verbleekte, de toorn trok plotseling uit haar weg en liet haar kil en leeg —, in het volle besef van haar eenzaamheid. De nacht was aangevangen —, er ging geen voetstap meer in de straten een zwakke wind voer ritselend door de besneeuwde boomen. Ze moest naar boven gaan en trachten den slaap te vinden naast het leege bed. Zoo zou het morgen toch ook zijn en alle verdere nachten. Een slapte als van hulpeloosheid kwam over haar. Moest zij nu zelf de klok opwinden —, moest zij nu zelf de deur op het nachtslot doen, zelf de hoofdkraan van het gas afsluiten, het vuur inrakelen voor den nacht .—, het zolderraam sluiten, Egbert had gisteren nog gezegd, dat er een timmerman bij moest, maar waar woonde een timmerman en wat moest er gedaan worden, het leek alles zoo vreemd en zoo zwaar en alsof ze door die kleine, onnoozele dingen pas tot het rechte besef van haar onverzorgde en onbewaakte eenzaamheid kwam, liet ze het hoofd op de tafel vallen en schreide zachtklaaglijk.

Ze bleef zoo liggen ׳—, zonder kracht en lust het hoofd op te heffen , ze wilde ook niet slapen gaan, zoo maar stil wat blijven suffen, ze streelde met de lippen het ruige, donkere fluweel van het tafelkleed, rook eraan, drukte haar neus erin, alsof ze in die kleine flauwe afleidingen haar gedachten zocht te ontgaan .—, maar het baatte niet lang. Ze werd weer geheel wakker en onrustig meteen, ze richtte zich op —׳, ze wilde nu kalm en verstandig over haar toekomst denken. Voortaan zou ze dus alleen met het kind zijn —, goede vrienden had ze niet —, haar ״aanbidder" had ze weggestuurd ׳—, haar huwelijk bestond niet langer. Ze zou wel eenzaam, maar ze zou ook heel vrij en heel rustig leven, met het kind. Niet hier in de stad blijven, waar te veel menschen haar kenden, maar ergens in een dorp gaan wonen —, waar de lucht zuiver was en een goede school voorden ! jongen. En dan werken, natuurlijk werken —, om het kind. En de geheele zorg, de geheeie verantwoordelijkheid op zich nemen voor zijn groei, zijn ontwikkeling, zijn toekomst daarin ook vrij zijn, zonder inmenging en tegenwerking van buiten —, dat het kind haar liefhebben en vereeren en zich aan haar hechten zou. Dan zou ze misschien de liefde, de vereering, de gehechtheid van anderen —׳, waaruit zij alleen teleurstelling had geoogst, beter kunnen missen.

En als de menschen zagen, dat ze hen missen kon, dan kwamen ze wellicht vanzelf naar haar toe —, zóó ging het altijd, zoo had ze het ervaren, het vanavond nog van Rudolf 254

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.