en harmonisch samenleven zoo gelukkig en gebonden. Maar als Hugo haar had ontmoet voordat hij Charley kende —, het was immers mogelijk en ze mocht het denken zonder verraad — had hij haar dan ook niet kunnen liefhebben en zou ze dan een duurzaam geluk hebben gevonden? Ze was niet schitterend als Charley —, haar geest was niet zoo soepel, ze miste het provokante in de oogen, door den weemoed van den mond veredeld en getemperd, ze zou wellicht niet zoo bedreven zijn geweest in de kunst, die Charley lachend de ״zwarte kunst van de liefde" had genoemd , maar ze had toch ook wel die bronnen van kracht en inzicht, waarvan Hugo had gesproken en ze was toch jong geweest en mooi.
Zou ze dan met hem duurzaam-gelukkig hebben kunnen zijn? Haar gevoel, zoovaak gebroken in ontgoocheling, stemde gretig voor de mogelijkheid, die voor haar immers beduidde, dat zij trouw kon zijn, maar redelijkheid en deernis pleitten voor Egbert, ze wilde niet op hem alle schuld en ongelijk schuiven, moest ze dan het vonnis over zichzelf vellen?
Geluid achter haar schrikte haar op —, Lettie was binnengekomen, lachend, onaangediend, in huiskleeren en los over-geworpen mantel als iemand die zich volkomen thuis gevoelt.
״Ik kom even wat praten, even een boodschap overbrengen van je jongen. Of heb je werk?"
Ina glimlachte onwillekeurig om den toon, waarop ze het woord uitsprak —, het ״werk" waarin ze geen belang stelde, en dat haar in Ina een zonderlinge, bijna griezelige afwijking scheen.
״Neen ■—, ik heb geen werk —, ik werk bijna niet meer tegenwoordig. Dat is geweest, dat hebben we gehad —, zal ik maar denken."
״Zooveel te beter dan," vond Lettie, argeloos en opgewekt, ״dan hou ik je tenminste niet op." Ze ging zitten en Ina voelde zich alweer beschaamd en belachelijk om den zweem van theatraal zelfbeklag, het dringen naar vertrouwelijkheid, dat ze duidelijk gehoord had in haar eigen stem. Kon ze zich dan tegenover haar zelfs niet ״groot" houden —, moest ze dan bij dat wezentje, dat zoo goed als uit een andere wereld stamde, om troost en meegevoel bedelen?
״Ben je alleen, vanavond?"
״Ik denk het wel —, mijn man is veel uit tegenwoordig."
״Prettig voor je! Zoo vrij! Maar waar zit hij altijd?"
״Bij vrienden, denk ik."
״Modern huwelijk noemen ze dat, nietwaar?" zei Lettie
.233