Zoo was het ook gegaan —, en ze had er zich niet aan kunnen onttrekken, omdat het immers toch leven en beweging beduidde , omdat er toch iederen dag iets gebeurde, iets te vreezen of te verwachten viel ׳— omdat zelfs wroeging en zelfkwelling te verkiezen waren boven de doodsche leegte van haar leven —, ofschoon ze dien eersten dag al leeg van hoofd en doodmoe was thuisgekomen —, door haar wanhopige pogingen, in hun gesprekken iets van leven en geest te brengen, teneinde haar eigen verwachting en spanning van even te voren, haar bevend hart en koude vingertoppen, te rechtvaardigen, en zich niet al te zeer belachelijk te gevoelen, dat ze daar bij hem zat en genoegen nam met zijn onnoozele verliefdheid en zijn banale verhalen, dat ze daarvoor van haar huis en van zichzelf was wegge-dwaald, haar middag had bedorven, twist en opwinding uitgelokt____
Na dien middag ontmoetten ze elkaar geregeld bij Lettie aan huis, eerst ״toevallig" — toen Lettie's uitbundigheid toch óók al den toeleg verried — en daarna bij openlijke afspraak. Lettie bracht nu briefjes over, bemoederde en bevoogde hen, noemde hen „kindertjes", liet hen met een knipoog in de kamer alleen en voelde zich geweldig in haar nieuwe rol..
In haar toon was nu eerder overwicht dan schroom, ze voelde zich nu eer de meerdere dan de mindere. De bordjes waren verhangen —. waarom ook niet? Lettie was ongetrouwd en trouw, zijzelf getrouwd en ontrouw. Andere feiten waren niet voorhanden, een andere maatstaf gold er niet, bij Lettie niet en eigenlijk evenmin bij de „beschaafden", de „ontwikkelden" de „edelen van geest" met den mond vol „vrije opvattingen". Waarom zou Lettie nu nog dankbaar zijn geweest dat Ina komen wilde —, Ina behoorde dankbaar te zijn, dat Lettie haar ontving en een oog sloot voor haar „avontuur". Er viel zelfs geen grootmoedigheidsvreugde meer te oogsten.
Lettie had haar lachend gezegd, dat ze dien eersten avond al gezien had, en haar man ook, hoe het loopen zou tusschen haar en Rudolf. Geen vrouw was immers tegen hem bestand, op zijn zestiende jaar — hij leek toen ook wel al twintig — had in een hotel ergens in Italië een getrouwde vrouw hem 's avonds, toen hij op de gang liep, haar kamer in getrokken —, hij had het zelf verteld — en ze hadden wel briefjes gelezen, uit zijn Berlijnschen studie-tijd, met klinkende namen, soms wel een kroontje erop!
En daar zat ze nu midden in, aan alle kanten verstrikt en
.231