״Wat kun je daar op tegen hebben?" vroeg Ina. ״Alles," lachte Annie ״ ,—׳alles heb ik er op tegen. Ik griezel letterlijk bij de gedachte, dat ze daar beneden met een jongen zit. Ik heb niet zoo'n zwak voor de liefde als jij, Ina, en ik heb het haar doodgewoon verboden. Maar denk nu vooral niet, dat zoo'n kind zich daaraan stoort — telkens bemerk ik, dat hij toch weer in den tuin is en dan bel ik dadelijk, noodig of niet, om haar hier te krijgen. Soms laat ze tot driemaal toe bellen." De ander kwam weer op haar verkeken uitgang terug.
״Maar je hebt er toch twee," wierp Annie tegen, iets ongeduldig over het zeuren, ״die met de typhus en dan dat kleintje. Eén is toch genoeg om bij de kinderen te blijven." ״Als de kinderen niet zoo'n teerhartig vader hadden," zei de vriendin met een scherp lachje, ״hij heeft alleen vertrouwen in die met de typhus, zooals jij haar noemt, en als die uit is, heb ik thuis te blijven." ״En dan gaat papa alleen?" ״O neen, hij is altijd thuis 's avonds." ״Mèt die van de typhus?" lachte Annie. ״O, hoe kom je er bij ?" protesteerde de ander schertsend, „neen, dat is in orde, hoor. Ze is vrij oud en vrij leelijk —, maar overigens ׳—, er zijn er wel andere in huis geweest, eenmaal een charmant kinderjuffertje, maar ik geloof niet dat mijn mannetje zich zoo iets in het hoofd zoo durven halen." „Beweer maar niet te veel I" waarschuwde Annie schertsend. De ander zweeg met een glimlachje en een glans van triomf in haar oogen.
Buiten werd een sleutel in het slot gestoken, brommig gepraat van mannen in gewichtig gesprek begeleidde het naderen der voetstappen door de lange gang.
„Daar komen ze," zei Annie —, de beide mannen traden binnen en Ina, zwak nieuwsgierig naar de deur kijkend, herkende in een schok van verrassing in den man naast Otto dokter Ramondt. Ze meende te bemerken dat hij haar na al die jaren ook herkende en dat zijn gezicht als door een glans werd overtogen —, maar even later dacht ze toch, dat ze zich daarin vergist had, want zijn begroeting was gematigd-vriendelijk en op hun vroegere ontmoeting zinspeelde hij alleen met een vluchtige opmerking, die als opzettelijk aan de gebeurtenis alle beteekenis scheen te moeten ontnemen. Het vervulde Ina met het welbekende gevoel, teleurstelling en twijfel en beschaming in éénen tezamen, dat ze altijd had wanneer anderen tegenover haar hooggestemde herinne-
9. C. V,
.129