'Lees maar gerust door,' herhaalde ze bitter, 'ben jij zo'n klein kind, datje dat niet beter begrijpt?' Ze schoof het boek van zich af. 'Wat had je nu eigenlijk?'
'Och niets...'
'Om niets zitje me toch niet voortdurend te roepen?'
'Voortdurend! Precies twee maal... O ja... och neen niets... 'k wou alleen maar zeggen van Margo Daalmans... Ze kleedt zich heus niet bijzonder duur... en ze heeft toch altijd zulke snoezige artistieke dingen. Ze maken bijna alles thuis zelf, haar moeder en ־ij;־
'Heerlijk voor haar, dat ze zo handig is!'
'Heerlijk voor haar, dat haar moeder zo handig is,' troefde het kind, triomfantelijk. 'Haar moeder heeft haar alles geleerd. Als jij mij al die dingen had geleerd, dan was ik nu misschien ook veel handiger!'
'Dat kan wel zijn...' gafMarianne toe, 'maar ik ben mevrouw Daalmans niet.'
'Waarheid als een koe,' tartte het kind. 'Jij bent mevrouw Edema.'
Het bloed steeg Marianne naar de slapen.
'Willen we nu maar zeggen... jij de kamer uit of ik de kamer uit, Frans?'
'Och neen Moek... word nu toch niet altijd dadelijk zo kwaad... Alleen omdat ik zeg dat Margo Daalmans zulke artistieke jurken heeft en dat ze daar dineetjes geven...'
'... En schulden maken...'
'Hè, nu ja, die schulden, wat geeft dat...'
'Laten we er over ophouden, Frans! Ik moet maar zien het met jou te stellen en jij moet maar zien het met mij te stellen...' maar haar drang zich te rechtvaardigen, deed haar toch nog zeggen:
'Ik heb altijd vader geholpen om het brood voor jullie te verdienen.'
'En wat heb ik daaraan?' barstte het kind ineens uit, feller dan te voren. 'Ja zeker, je hoeft me niet met zulke grote ogen aan te kijken, wat heb ik daaraan? Datje hier niets ziet dan drukproeven en geleerde rommel, datje hier niets hoort dan jullie saaie, filosofische gesprekken. Andere moeders gaan met hun kinderen winkelen... taartjes eten...'
178